Het zou een tafereel kunnen zijn uit willekeurig welke Hollywood-film. Twee zakenmensen maken een grote deal terwijl zij een balletje slaan op de golfbaan. In recente zaak had een directeur-grootaandeelhouder (dga) kilometers gemaakt met een zakelijke auto voor een door zijn branchevereniging georganiseerde golfcursus. Bij die golfcursus haalde de dga zijn golfvaardigheidsbewijs(GVB). De vraag rijst nu of de kilometers die gemaakt zijn ten behoeve van die cursus als aan te merken zijn. Het gerechtshof geeft antwoord op best verrassende wijze.

Over bijtelling voor zakelijke auto’s:
Het meest bekend van de bijtellingsregeling is die voor werknemers. Als het privégebruik de 500 kilometer per jaar overschrijdt dan volgt een bijtelling op het loon die afhankelijk van de brandstofsoort en de CO2-uitstoot: 0%, 14%, 20% of 25% van de cataloguswaarde van de auto bedraagt. De regeling voor de dga werkt op soortgelijke wijze met als verschil dat er een onttrekking aan het bedrijfsvermogen wordt aangenomen. Als bewijs kan onder meer gebruik gemaakt worden van sluitende kilometerregistratie.

De feiten:
Belanghebbende heeft een zakelijke auto tot zijn beschikking gehad en heeft een sluitende kilometerregistratie bijgehouden. Deze administratie vermeldt dat met de auto 327,6 kilometer voor privé doeleinden is gereden. In de periode 5 tot en met 7 september 2008 heeft belanghebbende deelgenomen aan een door zijn branchevereniging georganiseerde golfcursus. In deze periode is met de auto 738,4 kilometer gereden. Belanghebbende stelt dat deze kilometers als zakelijk moeten worden aangemerkt, de fiscus bestrijdt dit.

Overwegingen en oordeel van de rechter:
Het hof kijkt eerst naar de gronden waarop de rechtbank tot het oordeel kwam dat de golfcursus een overwegend zakelijk karakter had. De rechtbank concludeerde dat nu belanghebbende beschikt over een sluitende kilometerregistratie, hij heeft doen blijken dat de auto in het onderhavige jaar voor minder dan 500 kilometer privé is gebruikt. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat belanghebbende gedetailleerd en geloofwaardig heeft verklaard dat hij zijn GVB louter heeft behaald om meer kans te maken op opdrachten van enkele partijen. Daarbij is voorts van belang dat het golfevenement werd georganiseerd door de branche-organisatie en dat niet-leden uitgesloten waren van deelname.

De fiscus bracht hier onvoldoende tegenin door slechts te verwijzen naar algemene rechtsregels uit de jurisprudentie. De rechtbank overweegt dat de verzwaarde bewijslast wel geldt ten aanzien van het al dan niet sluitend zijn van de kilometeradministratie, maar niet voor de juridische kwalificatie van afzonderlijke ritten. De fiscus werd derhalve in het ongelijk gesteld.[rov. 4.2]

De Inspecteur voert in het hoger beroepschrift vrijwel gelijkluidende gronden aan als in eerste aanleg. In het hoger beroepschrift is in het geheel niet ingegaan op de verklaringen van belanghebbende die door de rechtbank als geloofwaardig werden gezien. Daarmee heeft het hof geen reden heeft om het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de verklaringen in twijfel te trekken. Voorts is belanghebbende tijdens het onderzoek ter zitting bij zijn eerdere verklaring gebleven en heeft de zakelijke aspecten van de deelname aan de golfcursus nog verder toegelicht. Het Hof ziet geen aanleiding voor twijfel aan de geloofwaardigheid van die nadere toelichting, beschouwt deze als een versterking van de bij de Rechtbank afgelegde verklaring. [rov 4.3 & 4.4]

Naar het oordeel van het Hof heeft de Rechtbank op goede gronden een juiste beslissing genomen. Belanghebbende heeft afdoende doen blijken dat hij de auto voor minder dan 500 kilometer privé heeft gebruikt.

Conclusie:
Het is goed gebruik dat wanneer je in hoger beroep gaat, het hoger beroepsschrift gronden bevat met betrekking tot waarom het oordeel van de rechter in eerste aanleg verkeerd is. Dat is kennelijk onvoldoende gebeurd door de fiscus. Tegenover de fiscus staat een ondernemer die bijzonder consequent en gedetailleerd kan verklaren over het zakelijke karakter van de kilometers die gemaakt zijn in het kader van een golf-clinic die werd georganiseerd voor een branche-organisatie uitsluitend voor haar leden. Voeg daarbij een sluitende kilometeradministratie waarmee is voldaan aan de verzwaarde bewijslast en het is wel te zien waarom de rechtbank het standpunt van belanghebbende volgt.

Dat het hier om golf gaat voegt een extra dimensie toe. Dat roept toch altijd beelden op van een “snoepreisje” onder het mom van zaken doen. Was het willekeurig welke andere sport geweest dan was er misschien geen twee keer naar gekeken.

Bron:
LJN: BZ0678, Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch

Auteursrecht staat de laatste tijd behoorlijk in de belangstelling en er woeden al tijden discussies over modernisering ervan. Daarbij zijn veel partijen het er over eens dat de Auteurswet aangepast moet worden alleen is er zelden consensus over het hoe en wat er aangepast moet worden.

Als donderslag bij heldere hemel verscheen er ineens een concrete aankondiging over een voorgenomen modernisering van de Auteurswet. Het regeerakkoord noemde immers nog maar weinig concrete plannen op dat vlak. Het plan is om de zogeheten geschriftenbescherming te schrappen. Normaliter werken beschermd die een oorspronkelijk karakter hebben en een persoonlijk stempel van de maker dragen. Een ietwat kort-door-de-bocht-omschrijving is dat een werk alleen bescherming geniet als er creatieve keuzes gemaakt zijn. Er zijn echter ook werken die bescherming genieten hoewel er geen enkele vorm van creativiteit bij komt kijken. Deze vallen onder de zogeheten geschriftenbescherming.

Inhoud van de geschriftenbescherming:
De geschriftenbescherming geldt voor geschriften die bedoeld zijn om openbaargemaakt te worden. Denk bijvoorbeeld aan dingen als een telefoongids wat bestaat uit een verzameling van puur feitelijke informatie. Geschriftenbescherming voldoet niet aan de eisen voor het ‘volledige’ auteursrecht en geniet ook een beperkter bescherming. Deze bescherming strekt zich slechts uit tot bewijsbare ontlening. Daarbij moet dus worden aangetoond dat een tekst is gekopieerd.

Het gaat niet om een oorspronkelijk werk (dan zou het immers onder het ‘volledige’ auteursrecht vallen) dus het kan zijn dat iemand anders exact dezelfde informatie heeft opgeschreven. In de praktijk levert de geschriftenbescherming dan ook vaak bewijsproblemen op.

De geschriftenbescherming moet dan ook worden gezien als meer mededingingsrechtelijk van aard, om één-op-één kopiëren te voorkomen, dan als auteursrechtelijk van aard. Dit is historisch gegroeid. De geschriftenbescherming vloeit voort uit de voorloper van het huidige auteursrecht, het zogenaamde kopijrecht. Het oogmerkt daarvan was de bescherming van de investering van drukkers en uitgevers tegen concurrentie van derden dan de bescherming van de creatieve prestaties van de auteur die het uitgangspunt is van de huidige Auteurswet.

Redenen voor afschaffing:
Een reden voor de voorgestelde afschaffing van de geschriftenbescherming moet worden gezocht in de strijdigheid met het moderne auteursrecht. De geschriftenbescherming wordt veeleer gebruikt om te voorkomen dat anderen profiteren van investeringen die aan het geschrift ten grondslag liggen. Het auteursrecht, en dus de Auteurswet is voor een dergelijke bescherming niet de juiste plaats.

Daarnaast bieden andere regelingen wel de nodige bescherming om in rechte op te treden tegen een inbreuk. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de onrechtmatige daad van art. 6:162 BW.

Ook staat geschriftenbescherming in de weg aan de toegankelijkheid en verspreiding van feitelijke informatie. Verspreiding kan immers worden tegenhouden als het gaat om een rechtstreekse ontlening van informatie, deze kan verboden worden. Dat leidt tot extra werk voor degene die de informatie wil gebruiken voor zover dat niet al kan binnen de grenzen van vrije nieuwsgaring. Het inroepen van geschriftenbescherming kan ook worden gebruikt om producten buiten de Nederlandse markt te houden. Dat is dan een vorm van oneigenlijk gebruik van de regeling. Door geschriftenbescherming weg te nemen, ontstaan meer mogelijkheden voor parallelimport.

Tot slot brengt afschaffing van de geschriftenbescherming meer duidelijkheid omdat in de rechtspraktijk regelmatig onduidelijkheid bestaat over de reikwijdte van de regeling. Zo is er bijvoorbeeld onduidelijkheid over de vraag in hoeverre de rechtstreekse ontlening van slechts een klein gedeelte van een niet-oorspronkelijk geschrift toelaatbaar is. Een andere onduidelijkheid is of databanken die geen auteursrechtelijke bescherming of sui generis-bescherming genieten toch een vorm van bescherming kunnen genieten op grond van de geschriftenbescherming. Ook de grenzen tussen de hierboven genoemde rechtstreekse ontlening het recht op vrije nieuwsgaring zijn onduidelijk. Door het verwijderen van geschriftenbescherming worden tal van dergelijke vraagstukken opgelost.

Conclusie:
Dit is het eerste concrete signaal van een modernisering van het auteursrecht. De keus van afschaffing van geschriftenbescherming is bepaald geen slechte keus. Het auteursrecht moet creatieve nieuwe werken beschermen zonder in de weg te staan aan het creatief hergebruik van bestaand materiaal of het innovatief gebruik van informatie en de eenvoudige uitwisseling daarvan. Waar het om feitelijke informatie gaat moet het mogelijk zijn om deze te kunnen verspreiden en gebruiken en uitwisselen in oorspronkelijke vorm.

Voor aggregatiefirma’s van feitelijk materiaal blijft er voldoende bescherming bestaan op grond van de databankenrichtlijn. Voor zover er nog argumenten zijn waar niet aan gedacht is, bestaat voor belanghebbenden de mogelijkheid om via internetconsultatie een visie te geven op de voorgenomen wijzigingen.

Bron:
Voorstel van Wet afschaffing geschriftenbescherming
Memorie van Toelichting afschaffing geschriftenbescherming

Bij dwaling is er sprake van een onjuiste voorstelling van zaken, meer specifiek verwoordt de wetgever het als “het ontbreken van een juiste voorstelling van zaken’ (artikel 6:228 lid 1 BW). De onjuiste voorstelling moet van dermate belang zijn dat zonder deze, de overeenkomst nooit was gesloten.

Omtrent het leerstuk van dwaling doen zich zelden ontwikkelingen van belang voor. Het is immers goed ingekaderd in het burgerlijk wetboek en jurisprudentie. De praktijk weet echter zo af en toe verrassen. In dit geval met een uitspraak van de Hoge Raad over de vraag of vernietiging vaststellingsovereenkomst wegens dwaling ook mogelijk bij onjuiste inlichting die niet rechtstreeks aan de dwalende is verstrekt.

De feiten:
Eiser en verweerder werkten sinds 1995 samen op het gebied van exploitatie van onroerend goed. Sinds 2000 geschiedde dit in een groot aantal vennootschappen welke samen de Crescendo groep vormden. In 2001 besloten partijen hun samenwerking te stoppen. Daartoe gingen zij een voorovereenkomst aan welke een bepaling bevatte dat eiser een optie uit zou schrijven aan verweerder om al zijn aandelen over te nemen.

De vaststelling van de prijs zou geschieden door twee accountants, elke partij mocht er één aanwijzen. Zouden deze er niet samen uitkomen dan zouden zij samen een derde onafhankelijke accountant aanwijzen welke een bindend advies uit zou brengen.

Uiteindelijk heeft een derde accountant in de hoedanigheid van bindend adviseur twee concept-rapporten opgesteld, waarin de waarde van het gezamenlijke belang van partijen in de Crescendogroep een prijskaartje kreeg. De derde accountant heeft echter nooit een definitief rapport uitgebracht.

Uiteindelijk is op 29 juli 2003 een vaststellingsovereenkomst gesloten om de zaak af te wikkelen. In de vaststellingsovereenkomst is opgenomen dat verweerder het aandeel van eiser in een aantal onroerende zaken over zal nemen, dat de voorovereenkomst wordt vernietigd en dat de opdracht aan de derde accountant wordt beëindigd.[rov. 3.1.]

Nadat uitvoering was gegeven aan de vaststellingsovereenkomst is eiser met een procedure gestart. Hij vordert vernietiging van de vaststellingsovereenkomst en aanvullende afkoopsommen van verweerder. Eiser stelt dat hij bij het aangaan van de vaststellingsovereenkomst is uitgegaan van onjuiste informatie, mede omdat verweerder de bindend adviseur verkeerd had voorgelicht over de waarde van enkele onroerende zaken. [punt 3.2.]

Het hof wees de vordering af. Uit de vaststellingsovereenkomst blijkt dat de voorovereenkomst vernietigd is en dat derhalve eventuele informatie verstrekking aan derden niet langer relevant is nu die de prijs niet langer vaststelt. Voor zover verweerder de bindend adviseur verkeerd zou hebben voorgelicht, is dat met betrekking tot de vaststellingsovereenkomst niet meer van belang. De vaststellingsovereenkomst berustte niet op de bemoeienissen van de bindend adviseur of op de door hem bepaalde waarderingen. Dat heeft tot gevolg dat eventuele op onjuiste informatie berustende waarderingen van zijn kant niet tot vernietiging van de vaststellingsovereenkomst wegens dwaling kunnen leiden.Met andere woorden: volgens het hof is vernietiging van de vaststellingsovereenkomst wegens dwaling niet mogelijk omdat de onjuiste inlichting niet rechtstreeks aan de dwalende is verstrekt[rov. 3.3]

Oordeel en overwegingen van de HR:
De Hoge Raad overweegt dat de omstandigheid dat partijen met betrekking tot een bepaalde kwestie in onzekerheid verkeren en te dien aanzien een vaststellingsovereenkomst sluiten, een geslaagd beroep op dwaling niet uitsluit. Dit geldt in het bijzonder indien sprake is van betrokkenheid van de wederpartij bij de dwaling op een wijze als genoemd in art. 6:228 lid 1, onder a of b, BW. Evenmin staat aan een succesvol beroep op dwaling in de weg dat een inlichting van de wederpartij niet rechtstreeks aan de dwalende partij is verstrekt of niet specifiek is verstrekt in verband met de overeenkomst ten aanzien waarvan het beroep op dwaling is gedaan.

De omstandigheid dat de vaststellingsovereenkomst niet berustte op de bemoeienissen of waarderingen van de bindend adviseur, sluit derhalve niet uit dat eiser die overeenkomst kan hebben gesloten onder invloed van een onjuiste voorstelling van zaken die gebaseerd was op een inlichting van verweerder aan de bindend adviseur waarvan eiser door de concept-rapportage heeft kennisgenomen. Het hof heeft dit miskend.[rov. 3.4.1.]

De Hoge Raad honoreert hiermee klacht 1a. Volgens eiser heeft het hof miskend dat voor een beroep op dwaling bij de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst, voldoende is dat (bewust) onjuist dan wel onvolledige mededelingen (mede) ter kennis zijn gekomen aan de partij die zich op dwaling beroept. Dat dit via een derde partij geschiedt, mag niet van doorslaggevende aard zijn.[Conclusie A-G punt 2.2.]

De Hoge Raad honoreert ook nog het beroep dat het hof bovendien buiten de grenzen van de rechtsstrijd in hoger beroep is getreden. In hoger beroep is door verweerder niet opgekomen tegen het oordeel van de rechtbank dat aan een geslaagd beroep op dwaling van eiser niet in de weg staat dat de mededeling is gedaan aan de bindend adviseur en niet aan eiser zelf. Daartegen waren grieven ingebracht.[rov. 3.4.2.]

Alles samen leidt er toe dat de Hoge Raad casseert en de zaak voor behandeling doorverwijst naar gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Conclusie:
Deze zaak heeft belang voor de beantwoording van de vraag wanneer een geslaagd beroep kan worden gedaan op dwaling. De les luidt dat een beroep op dwaling ook mogelijk bij onjuiste inlichting die niet rechtstreeks aan de dwalende is verstrekt. De onjuiste inlichting/ voorstelling van zaken mag ook tot stand zijn gekomen middels inlichtingen die van een wederpartij via een derde zijn verkregen.

Hiermee wordt het leerstuk van dwaling verder ingekaderd in jurisprudentie en dat is betrekkelijk uniek. Oorzaak daarvan kan worden gezocht in feit dat zaken waarbij dwaling een rol speelt vaak betrekkelijk eenvoudige zaken zijn waarbij slechts twee partijen zijn betrokken. Hiermee is ook meteen weer geïllustreerd hoe de praktijk toch telkens weer voor nieuwe vragen kan zorgen die beantwoording behoeven.

Bron:
LJN: BY3129, Hoge Raad

09. February 2013 · Comments Off on Oude dwangbevelen met ingescande handtekening ongeldig · Categories: Bestuursrecht, Legal, Rechtspraak, Strafrecht

De Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv), beter bekend als de wet Mulder, maakt de afhandeling van relatief lichte verkeersovertredingen via de bestuursrechtsketen mogelijk. Daarmee wordt de strafrechtsketen aanzienlijk verlicht.

De Officier van Justititie treedt in dergelijke zaken op als bestuursorgaan. Indien men de mening toegedaan is dat de boete onterecht is, kan administratief beroep worden ingesteld bij de Officier van Justitie. Als dat wordt afgewezen dan kan de betrokkene naar de rechter stappen. Op deze manier wordt de capaciteit van justitie ontzien en kan deze worden ingezet voor zwaardere misdrijven die over het algemeen meer de moeite van het vervolgen waard zijn. Dat is een sec utilistische benadering want deze aanpak doet wel geweld aan enkele strafrechtelijke beginselen. Dat is echter een verhaal voor een andere keer.

De administratieve afhandeling van vergrijpen die onder de wet Mulder vallen, geschiedt gewoonlijk via het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB). Ook daar heeft men zich aan strakke wettelijke richtlijnen te houden. Wanneer dat niet gebeurt, gaat het mis. In onderhavige zaak werden dwangbevelen inclusief handtekening van de Officier van Justitie geautomatiseerd uitgeprint en aan een deurwaarder gegeven. Dat een dergelijke gang van zaken niet zonder meer is toegestaan, blijkt uit onderhavige zaken.

De feiten en standpunt van betrokkene:
Betrokkene heeft tal van dwangbevelen ontvangen van het CJIB. Het CJIB maakt gebruik van een geautomatiseerd systeem voor het vervaardigen van dwangbevelen. Als de boete na een tweede aanmaning nog steeds niet is betaald maakt dit geautomatiseerd systeem een dwangbevel dat wordt voorzien van de ingescande handtekening van de officier van justitie. Een deurwaarder gaat vervolgens over tot betekening van het dwangbevel. Zowel in bezwaar als in beroep werd betrokkene in ongelijk gesteld.

De betrokkene stelt bij het gerechtshof dat de dwangbevelen niet zij uitgevaardigd door de officier van justitie maar door het CJIB. Er was geen sprake van een gemandateerde bevoegdheid nog los van het feit dat een dergelijke bevoegdheid niet te mandateren zou zijn. Verder betwist de betrokkene de echtheid van de digitale, automatisch geplaatste handtekening.

Oordeel en overwegingen van de rechter:
Allereerst constateert het hof dat de dwangbevelen zijn voorzien van een handtekening die overeen komt met die van de destijds aangewezen officier van justitie. De dossierstukken bevatten tegenstrijdige informatie over de vraag of de bevoegdheid voor het uitvaardigen van dwangbevelen gemandateerd was, of dat de officier van justitie de dwangbevelen heeft ondertekend. [punt 5 t/m 8]

De werkwijze van het CJIB houdt in dat de officier van justitie feitelijk geen enkele betrokkenheid heeft bij het uitvaardigen van het individuele dwangbevel. De beslissing tot het bevel is niet door de officier van justitie genomen. Het feit dat de officier van justitie heeft ingestemd met de beslissingen zoals die in het systeem liggen, alsmede dat de daaruit volgende dwangbevelen zijn voorzien van de ingescande handtekening van de officier van justitie, doen hier niet aan af. De beslissingen zijn feitelijk genomen door het CJIB. [punt 10]

Als het CJIB in opdracht en onder verantwoordelijkheid van de officier van justitie wil kunnen handelen dan moet de bevoegdheid daartoe gemandateerd zijn. Artikel 5 van het Besluit administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Bahv), behorende bij de WAHV, geeft het CJIB een algemene taakstelling. Deze behelst dat zij de officier van justitie zal ondersteunen bij zijn taak met betrekking tot de inning van boetes en dat zij taken uitvoert die de officier van justitie in verband met de uitoefening van zijn taak verlangt. Deze algemene taakstelling is onvoldoende om als mandaat te dienen. Er was tijdens het uitvaardigen van vier van de dwangbevelen geen geldig mandaat verleend door de officier van justitie aan het CJIB. Er is echter geen enkele wettelijke bepaling die zich verzet tegen het mandateren van de bevoegdheid om dwangbevelen uit te vaardigen aan het CJIB. [punt 12 t/m 16]

De genomen dwangbevelen zijn onbevoegd genomen. De dwangbevelen worden vernietigd en de boetebedragen moeten worden gerestitueerd.

Conclusie:
Veel mensen die een boete ontvangen nemen de beslissing om te betalen en daarmee overal van af te zijn. Gelukkig zijn er af en toe mensen die bereid zijn om door te procederen. Dat overigens wel op basis van degelijke argumenten; dat is immers het verschil tussen een valide punt en niets meer dan stijfkoppigheid.

Blijkens dit vonnis is kennelijk jarenlang de praktijk geweest dat het CJIB boetes uitschreef terwijl er geen mandaat was verleend. Dat betekent dat het CJIB eigenlijk jarenlang onbevoegd boetes heeft uitgeschreven. Dat is wel al enige tijd opgelost doordat er een correct mandaat is afgegeven, één van de vijf dwangbevelen is al wel ten tijde van het geldige mandaat afgegeven dus die boete moet wel betaald worden.

Het argument van betrokkene dat de bevoegdheid niet gemandateerd zou kunnen worden, was dan weer niet bijzonder sterk. Het is immers gebruikelijk binnen het bestuursrecht dat een bevoegdheid gemandateerd kan worden tenzij er een bepaling is die zich daartegen verzet.

Overheden zijn af en toe wat gemakzuchtig met hun procedures en gaan er simpelweg van uit dat ze wel in orde zullen zijn. Overheden zullen dus altijd goed op moeten letten of de juiste bevoegdheden wel verschaft zijn.

Bron:
LJN: BZ0609, Gerechtshof Leeuwarden
LJN: BZ0610, Gerechtshof Leeuwarden

Zoals beloofd bij deze deel twee van de review van Office 2013. Vandaag passeren Powerpoint, OneNote en Outlook de revue waarmee dan de meestgebruikte Officeprogramma’s zijn behandeld.

Powerpoint:

Bij het starten van Powerpoint wordt men net als bij Word en Excel begroet door een tweedelig venster met aan de linkerzijde recent geopende documenten en aan de rechterzijde templates. Na het selecteren van de gewenste optie verschijnt de vertrouwde Powerpoint-interface.

Breedbeeld eindelijk de standaard:
De meest opvallende wijziging aan PowerPoint is dat de breedbeeld-monitor trend, die inmiddels met recht kan worden bestempeld als een standaard, eindelijk de standaard is voor dia’s. Als je een presentatie geeft in een school of een andere omgeving waar nog oudere apparatuur in gebruik is, kan nog steeds worden gekozen voor het standaard 4:3 diaformaat. Ook de optie om gebruik te maken van aangepaste maten is nu veel prominenter aanwezig.

Lay-out, lenen bij Word en Excel:
De nieuwe Powerpoint deelt veel van de opmaakmogelijkheden met de nieuwe Word. Voor lay-out heeft PowerPoint dezelfde tools als Word voor het invoegen van afbeeldingen en onlinevideo’s. Met name de video-opties zijn veel bruikbaarder dan de PowerPoint 2010-video-opties. Het is gemakkelijk om op YouTube, Bing, je eigen Skydrive of lokale systeem zoeken naar video’s. Daarnaast kan simpelweg gebruik worden gemaakt van de embed code van een video. Zowel bij afbeeldingen als (online)video’s is het mogelijk om frames, effecten en correcties toe te voegen.

Net als bij Word is er de mogelijkheid om gebruik te maken van hulplijnen. Dit maakt het gemakkelijker om een consistente lay-out te creëren. Een ander handig hulpmiddel daarbij is de mogelijkheid om zelf templates te maken waarbij de kleurstellingen gespecificeerd worden. Dit is bijzonder handig als je voor een specifieke gelegenheid een reeks presentaties wilt maken die allemaal dezelfde lay-out hebben.

Er wordt ook flink geleend bij Excel. Dit is allereerst zichtbaar bij het gebruik van tabellen en grafieken. Voor zover deze al gemaakt zijn in Excel kunnen ze direct worden opgenomen in Powerpoint presentaties zonder verlies van functionaliteit. Het is daarnaast ook gemakkelijker gemaakt om grafieken te schalen en ze zo gemakkelijker in de dia in te passen.

Er zijn ook “Quick Formatting” tools die verschijnen naast de geselecteerde objecten, net als de Quick Analysis tool in Excel. Deze zijn contextgevoelig waardoor je altijd de meestgebruikte tools bij de hand hebt zonder tal van menu’s te moeten doorzoeken. Kleine veranderingen als deze zorgen er voor dat het productieniveau omhoog gaat doordat veelgebruikte handelingen minder tijd kosten.

Samenwerken:
Ook bij de samenwerkingsmogelijkheden via de cloud is aan Powerpoint gedacht. De redigeermogelijkheden doen erg denken aan die van Word 2013. In Powerpoint 2010 was het niveau van een gele sticky-note nog nauwelijks ontstegen. Nu heeft Powerpoint dezelfde responsiemogelijkheden als Word. Wijzigingen kunnen worden toegelicht en er kan direct commentaar onder worden gezet, het kan worden gemarkeerd als behandeld en het is mogelijk om direct IM-contact te maken of een email naar een wederpartij te versturen vanuit het responsievak. Dat is vooral handig nu twee mensen tegelijk kunnen werken aan een presentatie; bijvoorbeeld in de web app en de desktop-versie van PowerPoint op hetzelfde moment.

Het gebruik maken van een vooraf gedefinieerde template met hulplijnen is ook in een dergelijk geval handig omdat het verkrijgen van een consistente lay-out gemakkelijker wordt gemaakt. Zo zal het minder snel gebeuren dat twee mensen langs elkaar heen zitten te werken.

Ook een presentatie delen via Skydrive met iemand die niet de beschikking heeft over Powerpoint is geen probleem. Zij zullen in staat zijn om de presentatie te bekijken in hun browser als je daarvoor de optie geeft.

Tot besluit:
PowerPoint leent links en rechts flink bij Excel en Word. Van Excel wordt het contextgevoelige opmaakmenu en de mogelijkheid om grafieken te gebruiken geleend en bij Word met name de lay-outmogelijkheden en samenwerkingsopties via de cloud. Dat alles maakt de nieuwe PowerPoint vriendelijker en bovenal sneller in omgang. Veelgebruikte handelingen zijn beter toegankelijk en dat kost aanzienlijk minder tijd. Of het de moeite waard is om over te stappen hangt af van hoeveel presentaties je gewoonlijk geeft. Voor degenen die nauwelijks vakken volgen waarbij presenteren relevant is, is het belang niet bijzonder groot. Voor degenen die wel regelmatig presentaties houden is overstappen van harte aanbevolen.

De nieuwe interface van PowerPoint

OneNote:

OneNote is altijd een beetje het ondergeschoven kindje van Office. Met deze notitie-applicatie OneNote is Microsoft al lange tijd bezig met een poging om een ​​”killer app” te bouwen voor de tablet-pc. In de loop der jaren heeft OneNote een kleine maar toegewijde fanbase verworven van gebruikers die dol zijn op de uitgebreide multimedia scrapbooking mogelijkheden en stylus / pen integratie. Op de één of andere manier heeft OneNote echter nooit echt mainstream populariteit gekend.

Uitgebreide Office-integratie:
OneNote ondersteunt het embedden van media van diverse bronnen, waaronder foto’s, geluidsopnamen en video. De nieuwe OneNote is meer dan voorheen verweven met Office. Microsoft heeft ondersteuning toegevoegd voor het embedden van gegevens uit Excel en Visio die verschijnen als live-update previews binnen het notebook. Wijzigingen de brondocumenten worden vanzelf gewijzigd in OneNote.

Gerelateerd aan de mogelijkheid om Excel-documenten te embedden, kan OneNote tabellen nu zelfstandig omzetten in ingesloten Excel-spreadsheets. Deze krijgen vervolgens ook toegang tot de vele verwerkingsmogelijkheden voor gegevens waar Excel over beschikt.

Ook hebben veel andere Office programma’s de mogelijkheid om gegevens regelrecht naar OneNote te sturen om ze in een aantekening te verwerken. Het is weliswaar slechts een klein detail maar wel bijzonder handig.

Voor Windows 8 is een speciale OneNote app gemaakt. Navigatie gaat daarbij via een cirkelvormig wiel met opties. Deze versie van OneNote is met geschikt voor gebruik op tablets.

De cloud:
OneNote is sinds jaar en dag de meest cloudgerichte applicatie van Microsoft. De verklaring hiervoor kan worden gezocht in het feit dat Microsoft OneNote echt in de markt zet als dé mogelijkheid om snel een notitie te maken. OneNote is dan ook als het enige Office-programma als app verkrijgbaar voor alle mobiele besturingssystemen (Lync even daar gelaten).

Microsoft doet ook de bewering dat het synchroniseren tussen verschillende apparaten sneller gaat. Dit heb ik helaas niet kunnen verifiëren maar OneNote was altijd al bijzonder snel met synchroniseren en is er zeker niet langzamer op geworden.

Een andere handige functie is ‘resume reading’ Daarbij voegt OneNote automatisch een bladwijzer toe aan het openstaande notitieblok op het moment dat de applicatie wordt gesloten. Vervolgens gaat OneNote bij het openen van dat notitieblok direct weer naar de locatie waar je gebleven was. Zo kun je zonder onderbreking switchen tussen verschillende apparaten zonder dat je eerst een heel noteblock door hoeft te werken.

Tot besluit:
OneNote heeft waarschijnlijk de minste veranderingen ondergaan van alle Office-applicaties. Dat heeft te maken met het feit dat OneNote gewoon altijd al een erg goed programma was om notities mee te maken. Of je het prettig vind om mee te werken is twee. Voor fiscalisten die veel informatie afkomstig uit Excel verwerken, zijn de nieuwe mogelijkheden prettig. Ook voor degenen die op een Windows 8 tablet werken is de nieuwe OneNote handig. De app draait snel en soepel en de mogelijkheden zijn enorm uitgebreid. EverNote is echter nog steeds een uitstekend alternatief. Voor ieder ander is er weinig noodzaak om over te stappen.

De nieuwe OneNote 2013

Outlook 2013:

Voor velen van ons is Outlook wellicht het belangrijkste onderdeel van de hele Office-suite. Het is waar we het beheer van de gestage stroom van emails en agenda-items verwerken. Het is wat ons werk stuurt, het is waar we onze dag plannen, en waar we onze zakelijke contacten. De directe productiviteit vindt plaats in Word of Excel, maar Outlook faciliteert die productiviteit.

Socialer dan ooit:
Outlook 2013 is niet voorzien van drastische veranderingen in het ontwerp, maar de social netwerk component is groter. Er is directe integratie met netwerken zoals Facebook en LinkedIn, en zelfs het eigen Hotmail van Microsoft. U kunt nu verbinding maken met deze netwerken, zonder dat er een add-on hoeft te worden geïnstalleerd.
De contactpersonenlijst wordt dan ook regelrecht aangevuld met gegevens afkomstig van de de verbonden sociale netwerken. Dat maakt het contactpersonenenvenster tot een enorme bron van informatie.

Jammer is wel dat de sociale netwerken nog steeds apart gekoppeld moeten worden ook als dat al is gebeurd in de People Hub van Windows 8. Dat is echter geen onoverkomelijk probleem. Opvallend is ook het gebrek aan Twitter integratie in Outlook. De People Hub heeft dit wel maar Outlook nog niet.

Apps:
Dingen als Twitter-integratie zijn wel toe te voegen via applicaties van derden, al dan niet via de app-store voor Outlook. Het probleem van veel applicaties uit die app-store is dat ze een connectie met Exchange 2013 vereisen. Helaas is Exchange 2013 nog niet uitgebracht en zullen veel particulieren nooit gebruik maken Exchange (niet te verwarren met Exchange ActiveSync). Dat maakt de invoegtoepassingen voor Outlook uit de app-store momenteel zo goed als waardeloos.

Kiekeboe:
Een van de meer nuttige toevoegingen aan Outlook is Peeks. Met deze nieuwe functie kun je snel een kijkje in je agenda of e-mailcontacten nemen zonder het huidige scherm te verlaten. Onderin het Outlook-venster zijn knoppen voor Mail, Calendar, mensen, en Taken. Houd de muis stil boven een van deze knoppen en een klein venster verschijnt, wat een snelle blik biedt op relevante gegevens zonder de inbox te moeten sluiten. Een Peek wordt ook geboden aan de onderkant van een e-mailbericht. Daar verstrekt het informatie over de afzender, met inbegrip van eerdere e-mails, bijlagen en vergaderingen.

Tot besluit:
Outlook 2013 is een all-round een veel beter mailprogramma dan Outlook 2010 was. Met name de integratie van sociale netwerken en Hotmail vereisen geen losse invoegtoepassingen meer. Dat maakt Outlook 2013 makkelijker en sneller in gebruik. Synchroniseren met Hotmail kost nog maar een fractie van de tijd.

Sowieso is Outlook vele malen beter dan de standaard mailapp die wordt meegeleverd met Windows 8 vanwege de mogelijkheid om POP accounts te gebruiken. De standaardmailapp ondersteunt dit niet. Dat is domme keuze aangezien nog veel internetproviders alleen maar POP accounts leveren en geen IMAP-accounts.

Peeks zijn ook een prettige toevoeging waardoor het mogelijk wordt om snel even blik in de agenda te werpen zonder dat je de inbox moet verlaten. Ook dit is typisch een detail van Office 2013 waar goed over nagedacht is. Al met al is Outlook 2013 zonder meer de moeite waard als je nog over Outlook 2010 beschikt en eigenlijk verplicht als je de standaard mail-app van Windows 8 gebruikt.