Al in februari werd er in een brief van de staatssecretaris aandacht besteed aan de mogelijkheid om registratie van notariële aktes via elektronische weg plaats te laten vinden. Dit was toen in het kader van vereenvoudiging en stroomlijning van de werkwijze van de Belastingdienst.

Toen bevond zich het nog in verkennende fase waarbij onderzoek moest worden gedaan naar de mogelijkheden om dit daadwerkelijk mogelijk te maken. Inmiddels ligt er daadwerkelijk een wetsvoorstel. Dit wetsvoorstel maakt overigens ook deel uit van het pakket Belastingplan 2013. Het is daar wel een beetje een vreemde eend in de bijt omdat het niet gaat om iets strikt belastingtechnisch, de fiscus is nu echter wel bij de registratie betrokken.

De achterliggende gedachte:
Momenteel worden aktes naar de Belastingdienst gestuurd. De Belastingdienst schrijft de akte in in een register, maakt daarvan aantekening op de akte, kopieert de akte en stuurt deze vervolgens terug naar de notaris. Dit is een arbeidsintensief en omslachtig proces. Zeker gezien het feit dat het om ongeveer 1,5 miljoen aktes per jaar gaat, loont het de moeite om het proces te stroomlijnen.

De registratie van aktes is enorm belangrijk. Op de eerste plaats wordt hiermee een bijdrage geleverd aan de rechtszekerheid. We weten dankzij dergelijke aktes aan wie welk huis toebehoort en welke rechten er op rusten. Op de tweede plaats gebruikt de Belastingdienst de informatie in de akten voor de uitvoering van de belastingwetgeving.

Hoewel de Belastingdienst voor het taakvervulling wel gebruik maakt van de aktes, is het registreren van de aktes zelf geen kerntaak van de Belastingdienst. Zeker bij invoering van de elektronische akteregistratie, is de KNB de aangewezen instantie om de aktes te bewaren. Zij heeft immers al de benodigde elektronische infrastructuur met de individuele notarissen.

Het wetsvoorstel:
Het wetsvoorstel wil de registratie van alle aktes bij de KNB onderbrengen. Hiertoe wordt het doorlopend register, het repertorium, omgezet van een papieren repertorium naar een digitaal repertorium dat per notaris wordt gehouden door de KNB.

De KNB krijgt geen toezichthoudende taak. De KNB krijgt slechts de beschikking over de managementinformatie uit het systeem ten dienste van haar wettelijke taken, waaronder de aantallen en soorten gepasseerde akten per notaris. Hierdoor kan de notaris simpeler voldoen aan zijn wettelijke plicht om aan het bestuur van de KNB opgave te doen van het aantal gepasseerde akten.

De toezicht op naleving van de Wet op het notarisambt ligt per 1 januari 2013 bij Het Bureau Financieel. Het toezicht op de uitvoering van de Registratiewet 1970 blijft bij de Belastingdienst en daartoe krijgt de Belastingdienst inzage in het register. Een ‘detail’ wat nog moet worden uitgewerkt is op welke wijze het Bureau Financieel Toezicht toegang kan krijgen tot het register.

Onderhandse akten:
Niet alleen authentieke akten vallen onder de Registratiewet. Onderhandse akten kunnen ook geregistreerd worden. Momenteel is die categorie zeer breed en heeft registratie weinig toegevoegde (juridische) waarde. Voorgesteld wordt dan ook registratie alleen te handhaven voor die onderhandse akten waarvoor registratie een wettelijk vormvereiste is.

Invoering:
De bedoeling is dat invoering per eind 2013 gefaseerd plaatsvindt. Het notariaat gaat geleidelijk over van de huidige papieren registratie naar de voorgestelde elektronische registratie. Daartoe kan een notaris gedurende een overgangsperiode nog het papieren stelsel blijven gebruiken. Uiteindelijk komt bij koninklijk besluit een einde aan dit overgangsrecht.

Conclusie:
Elektronische registratie biedt veel voordelen als het goed wordt ingevoerd. De huidige papieren registratie werkt inefficiënt, traag en is duur in gebruik. Het ergste wat er mis kan gaan is een enorm beveiligingslek. Notarissen hebben een beroepsgeheim en het is wel zaak dat dit goed gewaarborg wordt. Onderschept iemand nu een poststuk dan heeft hij één akte in handen. Ziet iemand kans zich toegang tot de elektronische registratie te verschaffen dan heeft hij toegang tot alle gegevens in Nederland om nog maar te zwijgen van de problemen als de gehele registratie wordt gewist of veranderd. Als dat probleem goed wordt getackeld dan is er weinig tegen op elektronische registratie.

Bron:
Voorstel van wet (Kamerstukken II 2012-2013, 33406 nr. 2)
Memorie van toelichting (Kamerstukken II 2012-2013, 33406 nr. 3)
Advies Raad van State en nader rapport (Kamerstukken II 2012-2013, 33406 nr. 4)

Er is veel te doen rondom overheidsfinanciën en de rechstreekse gevolgen daarvan zoals bezuinigingen. De last van het op orde maken en houden (houdbaar maken) van overheidsfinanciën valt niet op de schouders van de landelijke overheid maar ook op die van decentrale overheden. Minister de Jager heeft een wetsvoorstel houdbare overheidsfinanciën (de wet Hof) naar de Tweede Kamer gestuurd. Deze wet regelt dat het Rijk en de decentrale overheden een gelijkwaardige inspanning leveren om het begrotingstekort de komende jaren verder weg te werken.

De wet Hof:
Het wetsvoorstel is er uiteindelijk op gericht om het EMU tekort terug te dringen. De eerste aanleiding voor het maken van de wet Hof was eigenlijk het verlangen van de Tweede Kamer om het Nederlandse systeem van het trendmatig begrotingsbeleid neer te leggen in een wet. Dat is in de wet Hof ook gebeurd hoewel het slechts één van de vele elementen is.

Rode draad van de wet is nu dat de Europese begrotingsnormen in acht dienen te worden genomen bij het uitvoeren van het trendmatig begrotingsbeleid. Er worden maatregelen getroffen voor zowel de centrale overheid als de decentrale overheden. De huidige wettelijke kaders en toezichtverhoudingen voor de financiën van de decentrale overheden bieden namelijk geen waarborgen ten aanzien van begrotingsevenwicht in EMU-termen.

Geen harde normen:
Het wetsvoorstel bevat geen harde normstellingen maar zoekt aansluiting bij het Europese Stabiliteits- en Groeipact. Op deze manier hoeven wijzigingen in het Stabiliteits- en Groeipact niet te leiden tot aanpassingen van de wet. Daarnaast scheppen de open termen de mogelijkheid om via bestuurlijk overleg rekening te houden met specifieke omstandigheden bij de decentrale overheden en in het verlengde daarvan bij de vaststelling van die gelijkwaardige inspanning.

Een mogelijk probleem wat ik daarbij opmerk, is dat dit soort gesprekken mogelijk niet soepel zal lopen. Niemand zal immers willen inleveren en alle betrokken partijen zullen derhalve een eigen idee hebben over hoe het begrip gelijkwaardige inspanning moet worden uitgelegd. Een voordeel is dan wel weer dat het veel bestuurlijke flexibiliteit geeft.

De verhouding centrale overheid/decentrale overheden:
Aanvankelijk bevatte het wetsvoorstel geen macronorm voor het EMU-saldo van de decentrale overheden gezamenlijk maar specifieke eisen ten aanzien van de maximale EMU-tekorten van afzonderlijke gemeentes, provincies en waterschappen. Dit is gewijzigd na overleg met de belangenbehartigers van de verschillende decentrale overheden te weten de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de Unie van Waterschappen (UvW).

De wijziging naar een macronorm betekent dat er meer ruimte is voor lokale investeringen. Daarbij wordt voorkomen dat het toezicht zich richt op de individuele gemeente, provincie, of het waterschap. Het voorkomt ook dat de individuele referentiewaarde voor het EMU-saldo van een decentrale overheid als een knellende norm gaat werken.

De centrale overheid is wel zo slim om niet alleen op het overleg te vertrouwen. Er is ook nog een stok achter de deur. Deze sanctie is in eerste instantie een aan te houden renteloos depot. Bij onvoldoende verbetering van het EMU-saldo van de decentrale overheden wordt het depot na drie jaar omgezet in een boete.

Deze mogelijkheid wordt noodzakelijk geacht omdat instrumenten om de macronorm voor het EMU-saldo van de decentrale overheden te beheersen, ontbreken behoudens de mogelijkheden die het bestuurlijk overleg daartoe zullen bieden. Het is echter bedoeld als uiterste redmiddel voor wanneer bestuurlijk overleg geen soelaas kan bieden.

Het begrotingscorrectiemechanisme:
Het gevolg van zoeken van aansluiting bij het Stabiliteits- en Groeipact is dat dit bijna directe doorwerking krijgt in het Nederlands begrotingsbeleid. In de toekomst op basis van de wet Hof verplicht om aanbevelingen vanuit de Europese Commissie onverkort over te nemen. Budgettaire maatregelen worden in de vorm van een herstelplan aan de Tweede Kamer voorgelegd en de Raad van State geeft advies over het herstelplan en waakt tevens over de uitvoering en planning.

Conclusie:
Deze wet komt tegelijkertijd aan een aantal wensen tegemoet. Allereerst was er het verzoek om van de Tweede Kamer om het trendmatig begrotingsbeleid in een wet vast te leggen. Ten tweede is meteen de gelegenheid aangegrepen om meer grip te krijgen op de financiën van decentrale overheden. Ten derde is er een mechanisme geregeld over hoe om te gaan met aanwijzingen van de Europese Commissie.

Met name dit derde punt, het correctiemechanisme, kan nog wel eens op wat verzet stuiten van partijen die vinden dat Europa hiermee teveel directe invloed krijgt. Aan de andere kant is het wel een helder plan dat voorziet in controle door de Tweede Kamer en toezicht door de Raad van State. Daarmee is het wel een redelijk doordacht draaiboek voor hoe om te gaan met aanwijzingen van de Europese Commissie. Het is nu verder aan de politiek om hierover te beslissen.

Het opvallende aan het toezicht op decentrale overheden is dat dit gaat door middel van bestuurlijk overleg. Eens in de zoveel tijd wordt er weer eens geroepen dat het poldermodel opgehouden is te bestaan maar met dit soort wetsvoorstellen twijfel ik daar toch altijd weer aan. Als de overlegpartijen zich redelijk opstellen dan kan het best werken maar het kan ook een lijdensweg zijn als niemand mee wil werken. Gelukkig is er nog wel een sanctiemechanisme voor als het bij decentrale overheden echt de spuigaten uitloopt, maar dat is meer als afschrikmiddel bedoeld dan als eerste optie.

Over het neerleggen van de basis van het trendmatig begrotingsbeleid valt niet zo heel veel op te merken. Dit middel bestond al in de praktijk en nu staat het ook op papier.

Bron:
Wetsvoorstel Houdbare Overheidsfinanciën inclusief MvT via rijksoverheid.nl
Nader Rapport Wet Hof via rijksoverheid.nl

Alle grote catwalkshows zijn weer geweest, de schappen bij de kledingwinkels hangen vol en alle trendwachters en fashionvictims hebben hun meningen weer gespuid. Tijd om de balans op te maken en te kijken wat het straatbeeld de komende seizoenen weer gaat bieden.

Kleuren:
De seizoenen waar het licht fletser en vaalwitter van tint wordt, betekenen dat de eeuwige basiskleuren weer in volle hevigheid terugkomen. Was het vorig jaar veel (donker)bruin wat de klok sloeg, dit jaar is zwart immens populair. Het is een makkelijke basiskleur om mee te combineren. Zachtgrijs en bleekroze zijn twee andere tinten die dit jaar veel terugkomen in basisitems.

Het levendige kleurenbeeld dat de lente en zomer al domineerde gaat onverminderd door zij het een beetje aangepast op het seizoen. Felgeel en heloranje ruimen het veld voor karameltinten en mandarijnoranje. Dit seizoen zijn blauw en groen ook populair en dan met name het wat lichter Olympic Blue en smaragdgroen. Opvallend is de populariteit van amethystpaars. Chanel had er een heel decor mee gemaakt en dan is de toon wel gezet.

Looks:
De militaire look blijft populair. Een uitstekende keuze voor iemand die graag zeer utilistisch gekleed gaat. Lange overjassen en stevige laarzen horen erbij. Let echter op met overkill want het kan al snel teveel van het goede zijn.

Barok en rococo waren populair in de zeventiende en achtiende eeuw en komen weer langzaam terug maar dan met name in de details. De look is weelderig en rijk met veel goud en zilvertinten in combinatie met materialen als fluweel. Ga wel voor een goede kwaliteit materialen. Het verschil tussen een goed metalen gesp en een gespoten plastic variant is van mijlenver zichtbaar en het verschil tussen stijlvol en het soort kleding dat bij toneelstukken wordt gebruikt.


Dolce en Gabanna en Valentino met barokke looks.

Leer is ook populair bij de ontwerpers dit seizoen. Het blijft dan niet beperkt tot een leren jas maar enkele modellen zaten van top tot teen in het leer variërend van complete leren jurken tot broek/shirt combinaties. Dit is iets waarvoor zeker geldt dat het beter niet overdreven kan worden. Daarnaast is leer niet altijd even praktisch als kleding vanwege het onderhoud die het vergt en het feit dat het niet in de wasmachine kan. Gelukkig kan het ook beperkt worden tot gewoon een jas of accessoires maar voor degene wat meer fashionforward is, kan het een leuk experiment zijn.

Ook vandaag blijven we nog even in de sferen van intellectueel eigendom. De Auteurswet bepaalt dat een thuiskopievergoeding moet worden betaald voor het opnemen door particulieren van auteursrechtelijk beschermde werken op beeld- en geluidsdragers (dvd’s etc). Deze vergoeding wordt geheven van de fabrikanten die deze op haar beurt doorberekenen aan de consument.

Het probleem:
Er is veel te doen rondom de (de hoogte van de) thuiskopieheffing. Voor het antwoord op deze vraag is van belang of er wordt gerekend op basis van het totale aantal thuiskopieën, dus die uit legale en illegale bron, of dat alleen moet worden uitgegaan van kopieën uit legale bron. Het hof ‘s-Gravenhage heeft zich daar in november 2010 over uitgelaten en keek daarbij naar het Nederlandse wettelijk stelsel. Het hof stelde ondubbelzinnig dat downoaden uit illegale bron is naar Nederlands recht toegestaan. Dit betekent dat daarmee bij de vaststelling van de hoogte van de Thuiskopievergoeding rekening moet worden gehouden.

Er is echter een probleem. Er is ook nog zoiets als de Europese Richtlijn voor auteursrecht. Het voorgaande roept de vraag op of een onderscheid tussen downloads uit legale en illegale bron relevant is voor de Europese Auteursrichtlijn. Het hof liet het antwoord op deze vraag in het midden. Nu is cassatie ingesteld met het verwijt dat het hof de wet niet richlijnconform heeft uitgelegd.

De Hoge Raad:
De Hoge Raad kraakt op beleefde doch weinig fijnzinnige wijze de redenering van het hof (onderdelen 5.1.1 t/m 5.2.1.) Kort gezegd mocht het hof het antwoord op de vraag niet alleen naar Nederlands recht kijken, de Europese Auteursrichtlijn is de ultieme toets. Het antwoord op de vraag of deze Richtlijn onderscheid maakt tussen legale en illegale bron is niet eerder in jurisprudentie van het HvJEU beantwoord. Dat betekent dus dat de Hoge Raad prejudiciële vragen gaat stellen aan het HvJEU.

De vragen houden het volgende in:

  • Staat de Europese Auteursrichtlijn het kopiën uit illegale bron wel of niet toe?
  • Mag door de wet een vergoeding worden opgelegd voor thuiskopieën uit illegale bron? Dit er van uitgaande dat kopiëren uit illegale bron volgens deze richtlijn niet is toegestaan en zolang er geen doeltreffende middelen zijn om illegaal thuiskopiëren tegen te gaan.

Op weg naar een downloadverbod?
Het zal spannend zijn om te zien wat het HvJEU gaat antwoorden op deze vragen. Het kan namelijk leiden tot een downloadverbod. De HR vreest dat de wetgever wellicht verkeerd zit met de huidige constructie. Art 5 lid 2 onderdeel b ARtl stelt dat lidstaten beperkingen of restricties op het reproductierecht kunnen stellen ten aanzien van de reproductie, op welke drager dan ook, door een natuurlijke persoon voor privé-gebruik gemaakt, en zonder enig direct of indirect commercieel oogmerk, mits de rechthebbenden een billijke compensatie ontvangen.

Eén van de middelen stelt namelijk de vraag of de Auteursrechtrichtlijn de ruimte laat een thuiskopievergoedingsregeling in het leven te roepen die ook geldt voor privé-kopiëren dat niet onder de beperking valt die de lidstaten mogen opnemen en dat dus auteursrechtinbreuk oplevert en derhalve onderworpen is aan het verbodsrecht van de rechthebbenden (onderdeel 5.4.2.) Het is zeer goed mogelijk dat het antwoord op deze vraag bevestigend luidt. Het enkele toekennen van een aanspraak op een fair compensation voor inbreukmakende handelingen heeft niet tot gevolg dat die handelingen (alsnog) legaal worden.

Conclusie:
Afhankelijk van hoe het HvJEU gaat reageren kan het heel goed zijn dat er een downloadverbod in de pijplijn zit. Het enkele bestaan van een thuiskopieheffing ter vergoeding van mogelijke schade rechtvaardigt namelijk niet (alsnog) het downloaden uit illegale bron. Zo gaat een conflict dat begon om de hoogte van de thuiskopievergoeding over op een voor velen relevanter vraagstuk.

Het einde is bij lange na nog niet in zicht. Eerst moet het HvJEU een oordeel gaan geven, daarna moet de HR met dat oordeel nog iets gaan doen en dan kan er nog een ander hof moeten gaan kijken naar de feitelijke aspecten van de zaak.

Bron:
LJN: BO3982, Gerechtshof ‘s-Gravenhage
LJN: BW5879, Hoge Raad
Downloadverbod in Nederland lijkt onvermijdelijk via webwereld.nl
Hoge Raad stelt vragen over thuiskopieervergoeding via rechtspraak.nl

De Auteurswet (Aw) beschermt de belangen van auteurs. Een inbreuk op dat recht is de mogelijkheid voor anderen om een werk te citeren. Dit kan onder art 15a Aw zonder toestemming van de rechthebbende. Wel moet het aantal en omvang van de geciteerde delen ‘door het te bereiken doel zijn gerechtvaardigd’. Het zal niemand verbazen dat de invulling van dat begrip nogal wat discussie oplevert waarbij de auteur kiest voor een restrictiever uitleg dan de citeerder. Hieronder een leuk voorbeeld van een dergelijke rechtszaak.

De feiten:
Eiser is een professioneel fotograaf en stelt dat Omroep Gelderland inbreuk heeft gemaakt op zijn auteursrecht door in een uitzending zijn foto’s te tonen. Het staat vast dat eiser houder is van het auteursrecht op de werken. De foto’s zijn portretten van kinderen die aan het Foetaal Alcohol Syndroom (FAS) lijden. Omroep Gelderland heeft in een nieuwsuitzending aandacht besteed aan FAS.

Eiser stelt ook nog dat toewijzing van het beroep van Omroep Gelderland op artikel 15a Aw ertoe zou leiden dat een ieder op grote schaal gebruik zou kunnen maken van auteursrechtelijk beschermd werk en dat de marktwaarde van de foto’s daalt door de uitzending, want hoe bekender de foto, hoe kleiner de nieuwswaarde en hoe kleiner de kans dat hij de foto’s kwijt kan.

Tijdens dit item worden enkele foto’s kort in beeld gebracht waarbij wordt gesproken over de uiterlijke kenmerken van FAS. Tijdens het tonen van de foto’s wordt daarover gezegd: “Welke dat zijn is goed te zien op de foto’s van Allard de Witte die in het Gelre Ziekenhuis in Zutphen hangen.”

Eiser stuurt vervolgens een factuur welke door Omroep Gelderland onbetaald wordt gelaten. Eiser vordert ne betaling van €2.980,95, een gezonde 300% van het gebruikelijke honorarium. Omroep Gelderland beroept zich op het citeerrecht.

Overwegingen en oordeel van de rechter:
Wil een citaat redelijkerwijs geoorloofd zijn dan is van belang dat het citaat inhoudelijk relevant is (niet slechts ter illustratie), slechts een klein onderdeel uitmaakt van het geheel en moet het citaat proportioneel zijn. Het beeld diende ter ondersteuning van het onderwerp. Dit blijkt uit de toelichting bij het nieuwsitem. Aangezien het nieuwsitem mede handelt over de uiterlijke kenmerken van kinderen met FAS moeten de foto’s niet worden gezien als een verfraaiing maar als een onderbouwing van het nieuwsitem. Dat toch sprake van hergebruik als verfraaiing sprake zou zijn is door gebrek aan onderbouwing van eiser niet vast komen te staan.

De tweede vraag is of het citaat proportioneel is. De totale duur van het nieuwsitem is 3 minuten en 40 seconden. Daarvan worden gedurende 29 seconden foto’s getoond ofwel 13% van de tijd. Niet alle foto’s worden tegelijkertijd getoond, naar het oordeel van de kantonrechter is het citaat dan ook proportioneel.

Met de stelling dat toewijzing van het beroep van Omroep Gelderland op artikel 15a Aw ertoe zou leiden dat een ieder op grote schaal gebruik zou kunnen maken van auteursrechtelijk beschermd werk, doet eiser geweld aan het hiervoor genoemde toetsingskader van functionaliteit en proportionaliteit.

Ten aanzien van de gestelde dalende marktwaarde is het de kantonrechter niet geheel duidelijk hoe hij dit moet zien in het licht van het feit dat de foto’s ook elders bij een tentoonstelling hebben gehangen en in een huis aan huisblad aandacht is gevraagd voor FAS met verwijzing naar de foto’s die openbaar in de hal van het Gelre Ziekenhuis hangen.

Al met al levert het tonen van de foto’s dus een toelaatbaar citaat op volgens de kantonrechter.

Conclusie:
Het is terecht dat auteurs bescherming krijgen van hun rechten, anders zou het immers nooit aantrekkelijk zijn om een boek te schrijven of foto’s te gaan maken als je er niets aan kunt verdienen omdat iedereen je werk zonder meer mag gebruiken. Het moet echter wel binnen de perken blijven, de wetenschap zou immers nogal stil staan als je niet uit een wetenschappelijk werk mag citeren zonder grof geld te betalen. Ook zou er geen fatsoenlijk nieuwsitem meer gemaakt kunnen worden. Kortom, de regelgeving zou dan van maatschappelijk stimulerend naar maatschappelijk verlammend gaan.

Ten aanzien van de gebruikte argumenten door eiser om gelijk te halen merk ik op dat het kennelijk niet de sterkste zijn. Dat de foto’s toch gebruikt zouden zijn als verfraaiing is bij gebrek aan motivering niet vast komen te staan. Dat toewijzing van het beroep van Omroep Gelderland op artikel 15a Aw ertoe zou leiden dat een ieder op grote schaal gebruik zou kunnen maken van auteursrechtelijk beschermd werk, is ook geen sterk argument. Dergelijke afwegingen zijn in jurisprudentie al vaker gemaakt, het valt niet te verwachten dat het nu anders zou zijn.

Tot slot nog het argument dat het tonen van de foto’s op TV de marktwaarde doet kelderen; dat is lastig hard te maken als ze nu ook openbaar te bewonderen zijn.

Dit soort geschillen wordt al sinds jaar en dag in de rechtszaal uitgevochten. Het zal dan ook zeker niet de laatste zaak zijn over dit onderwerp.

Bron:
Hoe lang is een citaat? via mediarapport.nl
Rechtbank Arnhem 10/09/2012, zaaknr. 818515 via boek9.nl
Een toelaatbaar (beeld)citaat via boek9.nl