Op 6 augustus schreef ik een vrij lang artikel over het gat in de Successiewet dat ontstond door een uitspraak van de rechter in Breda. Hoger beroep lag zonder meer in de lijn der verwachtingen en de fiscus stelt niet teleur.

Er zijn al eerder rechtszaken geweest over de vraag of het gemaakte onderscheid tussen privévermogen en ondernemingsvermogen een ongeoorloofde discriminatie oplevert. In enkele van die zaken kreeg de fiscus gelijk. Het gaat nog een boeiende zaak worden om te zien wat het gerechtshof hier van gaat maken want voor zowel de overheid als voor iedere Nederlandse burger is dit ongelooflijk belangrijk.

Bron:
Fiscus in beroep tegen uitspraak erfbelasting via rijksoverheid.nl

Eens in de zoveel tijd duiken er van die buzzwords op waar weinigen precies een idee van hebben wat het betekent maar wel door iedereen gebezigd wordt. Als auteur heb ik de term zelf ook enkele malen gebezigd en aan de reacties die ik nog steeds incidenteel krijg is merkbaar dat het niet helemaal duidelijk is wat de ‘cloud’ precies is. De meesten kennen immers de cloud alleen maar als iets waarin dingen bewaard worden en waarmee je dingen kan synchroniseren maar veel verder dan dat strekt het inzicht vaak niet.

Tijd om eens wat licht op de materie te werpen, enerzijds omdat het voor velen nu al een grote rol in het leven speelt of zal gaan spelen en anderzijds omdat cloud computing nu al lastige juridische problemen met zich meebrengt en dit in de toekomst alleen maar relevanter zal worden.

Dit eerste artikel zal bestaan uit een inleiding over wat het begrip cloud computing omvat. Het tweede artikel zal gaan over documenten en foto’s in de cloud en het derde artikel zal gaan over een agenda in de cloud. Deze laatste twee artikelen zijn concreter van aard en gaan over de toepassing van cloud computing in praktijk zoals deze voor studenten handig is.

Cloud Computing:
In essentie is cloud computing het op aanvraag leveren van hardware en/of software via een netwerk. In beginsel zal dit netwerk het internet zijn maar ook andere varianten zijn denkbaar. De cloud is het netwerk dat met alle aangesloten apparaten een soort ‘wolk’ vormt. Voorstanders stellen dat cloud computing bedrijven in staat stelt om hun applicaties sneller te implementeren, met betere beheersbaarheid, schaalbaarheid en minder onderhoud, en IT-bronnen sneller kunnen aanpassen middelen om aan fluctuerende en onvoorspelbare vraag te voldoen. Voor consumenten gelden gelden deze voordelen op kleinere schaal. Hier gaat het vooral om het beheer wat overgedragen wordt.

Typen cloud:
Clouds kunnen grofweg in drieën worden ingedeeld. De private cloud is de minst voorkomende variant. Bij een private cloud wordt gewerkt op een volledig private ICT-infrastructuur. Dit kan overigens ook een virtuele (afgeschermde) verbinding zijn waarbij het daadwerkelijke netwerk aan anderen toebehoort maar waarbij de data niet door de netwerkeigenaar kan worden bekeken. In de private cloud vallen eindgebruiker en beheerder soms samen maar er zijn ook bedrijven die een volledig private cloud op aanvraag leveren. In alle gevallen heeft de gebruiker volledige controle over data, beveiliging en kwaliteit van de dienst. Dit betekent dat de private cloud geheel kan worden aangepast aan de wensen van de gebruiker. De fysieke locatie van de infrastructuurcomponenten kan in die gevallen zowel leverancier als de gebruiker zelf zijn waarbij de leverancier vaak zorgdraagt voor het onderhoud van de private cloud.

De tegenhanger van de private cloud is de publieke cloud. Dit is eigenlijk cloud computing in traditionele zin. Alle hardware, software en data zijn in handen van een externe dienstverlener en er wordt een generieke dienst geleverd die voor alle gebruikers hetzelfde is.

De laatste variant is de hybride cloud wat een mengvorm is van de publieke en private cloud. Een eindgebruiker kan bijvoorbeeld een private cloud hebben voor documentbeheer en de emaildienstverlening via een externe leverancier.

Dienstverleningslagen:
Er kunnen drie hoofdtypes van clouddienstverlening worden onderscheiden al naar gelang van de basislaag – de hardware – naar de toplaag, de software. Er zijn meerdere vormen van dienstverlening die uitstrekken over meerdere lagen maar die laat ik hier in het kader van overzichtelijkheid onbesproken. Voor wie er in is geïnteresseerd biedt het Engelse artikel van wikipedia een uitgebreid overzicht van alle andere vormen van dienstverlening.Alle vormen hebben gemeen dat het gaat om dienstverlening en er wordt dus gewoonlijk niets door de eindgebruiker in eigendom verkregen. In plaats daarvan wordt gewoonlijk een contract gesloten voor bijvoorbeeld een contract per maand per gebruiker, eventueel in combinatie met andere parameters.

Voor het simpele overzicht beginnen we bij de hardware – de basis – en eindigen met de toplaag – de software – die op de hardware draait.

  • Infrastructure as a Service (IaaS): dit is de meest basale vorm van cloud computing. Hardware wordt hierbij geleverd als een dienst. Deze laag omvat servers, netwerken, opslagcapaciteit en andere infrastructuur die nodig zijn voor de doelen van de eindgebruiker. De eindgebruiker is in dit geval geheel vrij om te kiezen hoe hij zijn infrastructuur beheert, beveiligt en onderhoud.
  • Platform as a Service (PaaS): in het PaaS model wordt infrastructuur geleverd met daarop een aantal diensten die de eindgebruiker in staat stellen zijn eigen applicaties op ordentelijke wijze te draaien. Qua meegeleverde diensten moet dan over het algemeen worden gedacht aan een besturingssysteem, databasetools, toegangsbeheer, webserver functionaliteit en vaak ook een ontwikkelomgeving voor het maken en testen van applicaties.
  • Software as a Service (SaaS): SaaS is de laag waar de meesten aan denken op het moment dat het over cloud computing gaat. Het gaat hier om software die als een dienst wordt aangeboden. De software is generiek en biedt voor iedere gebruiker dezelfde mogelijkheden. De software en daarmee geassocieerde bestanden worden (de)centraal in de cloud bewaard en beheerd. De software kan gewoonlijk worden benaderd via een web-interface of een speciaal daarvoor gemaakt interactieprogramma via een desktop, tablet of smartphone.

Eigenschappen van cloud computing:

  • Betrouwbaarheid is een punt van kritiek: het systeem staat of valt met de kwaliteit van de aanbieder. Als er iets misgaat is een eindgebruiker volledig afhankelijk van de aanbieder om het probleem op te lossen. Ook de stabiliteit van de verbinding is een belangrijk punt. Als je een goed draaiend systeem hebt maar je kunt er niet bij dan heb je er nog niets aan.
  • De kostprijs is flexibel en vaak laag: De uiteindelijke prijs hangt af van het soort dienst en vaak het aantal verbruikers. Dat drukt de vaak hoge aankoopkosten van hardware en software die anders zouden moeten worden betaald.
  • De dienstverlening is flexibel: het is mogelijk om met een beetje zoekwerk bijna een oplossing op maat samen te stellen voor een eindgebruiker die makkelijk kan worden aangepast op het moment dat de vraag verandert. De diensten zijn vaak uitstekend schaalbaar
  • De leverancier heeft toegang tot uitgebreider expertise dan de eindgebruiker: dit maakt het opsporen en oplossen van problemen vaak gemakkelijker en helpt ook bij het regelen van dingen als beveiliging.
  • Regelgevig kan een probleem zijn: clouddiensten gaan vaak letterlijk veel grenzen over. Verschillende landen hebben verschillende regels en eisen met betrekking tot privacy en wat bijvoorbeeld overheden mogen doen met gegevens

Ten slotte:
Clouddiensten zijn uitgebreid en veelomvattend. De cloud als zodanig bestaat dan eigenlijk ook niet, het is een verzamelterm voor verschillende soorten van dienstverlening die bovendien niet strikt afgebakend is. Integendeel, het is een begrip wat aan het veranderen is en veelomvattender wordt.

Wanneer de gemiddelde gebruiker spreekt over de cloud gaat het meestal over SaaS. Dit is dan ook de meestvoorkomende variant van cloudcomputing die door consumenten gebruikt wordt. IaaS en PaaS worden gewoonlijk alleen gebruikt door professionele partijen die zelf ook een aanzienlijke hoeveelheid kennis in huis hebben.

Bron:
Cloud computing via Wikipedia, the free encyclopedia
Onderzoek vraagt CFO’s naar bekendheid, adoptie, voordelen en invloed van de cloud via dutchcowboys.nl
Cloud computing via surfnet.nl
Twijfels over cloud computing via nos.nl
Wat is cloud computing via aboutthecloud.nl

Inmiddels is de overdrachtsbelasting permanent op het tarief van 2% gesteld bij tijdelijke maatregel totdat er een wetswijziging van het tarief daadwerkelijk is doorgevoerd. Deze maatregel is bedoeld om de overdracht van woningen te vergemakkelijken en bevorderen. Maar hoe zit dat met bouwgrond want ook daar is immers overdrachtsbelasting over verschuldigd. In onderhavig geval dat diende in Arnhem was in het geding of het belastingtarief van 6% gehandhaafd mocht worden bij de overdracht van bouwgrond. De koper van een perceel grond voor de bouw van een nieuwe woning stelde dat hij op oneigenlijke gronden gelijkgesteld werd met projectontwikkelaars en beriep zich ook op het gelijkheidsbeginsel. Kopers van grond met daarop een sloopwoning komen namelijk in aanmerking voor het 2%-tarief.

Overweging van het beroep:
De rechter begint met kijken naar het besluit waarin de verlaging is vastgelegd. De staatssecretaris keurt het verlaagde tarief goed voor de verkrijging op of na 15 juni 2011 van een woning. Onder woningen moet worden verstaan onroerende zaken die naar hun aard zijn bestemd voor bewoning door particulieren. Grond bestemd voor woningbouw wordt expliciet uitgesloten. Dit werd verder nog bevestigd in de antwoorden op vragen gesteld door de KNB.

Het verlaagde tarief is wel van toepassing als bijvoorbeeld een nieuwe woning wordt aangekocht waarvan op moment van aankoop alleen nog de fundering is gelegd of indien een woning wordt aangekocht met als doel het te verbouwen tot een bedrijfspand. Of de koper hierbij een projectontwikkelaar is of een particulier maakt niet uit. Anders gezegd, het gaat om de hoedanigheid van het onroerende goed op het moment van verkrijging en niet om de hoedanigheid van de verkrijger. Eiser wordt dus niet op oneigenlijke gronden gelijkgesteld aan projectontwikkelaars.

Voor wat betreft de toepassing van het gelijkheidsbeginsel begint de rechtbank met de vaststelling dat het doel van de maatregel was om de bestaande woningmarkt te stimuleren. Dit valt niet te vergelijken met de koop van een perceel grond heeft gekocht waarop een nog te slopen woning staat. Het bouwen van een nieuwe woning heeft namelijk een ander effect op de markt dan vervanging van een sloopwoning omdat er in het laatste geval geen nieuwe woningen bijkomen.

Oordeel van de rechtbank:
De rechtbank verklaart het beroep van de eiser ongegrond. Hij is niet op oneigenlijke gronden vergeleken met een projectontwikkelaar nu het niet gaat om de hoedanigheid van de koper en het beroep op het gelijksheidsbeginsel faalt omdat het niet gaat om gelijke gevallen.

Conclusie:
Dat het beroep faalt viel wel te verwachten. Het besluit vermeldt immers zeer specifiek en excpliciet dat het verlaagde tarief geldt voor de koop van een woning. Daarbij wordt dan wel toegelaten dat het kan gaan om een woning in aanbouw. Enkel de koop van grond is zelfs expliciet uitgesloten wat het eindresultaat voorspelbaar maakt.

Voor wat betreft het beroep op het gelijkheidsbeginsel staat het er minder expliciet in maar ook hier is het resultaat niet opzienbarend. De doelstelling van het besluit is wel nauwkeurig omschreven; het stimuleren van de bestaande woningmarkt. Er is niets wat er op duidt dat het ook van toepassing moet worden geacht op de aankoop van grond met als doel om daar een woning op te bouwen. Dit geldt te meer nu de aankoop van grond met een woning in aanbouw reeds als uitzonderingssituatie wordt aangemerkt waarbij toch het verlaagde tarief mag worden toegepast. Het enkele hebben van een voornemen om een woning te gaan bouwen is immers al weer veel minder concreet dan als er een woning in aanbouw is.

Of deze situatie zo zal blijven is afhankelijk van de precieze verwoordingen van het wetsvoorstel dat in de maak is. Wellicht gaat het tarief over de hele linie naar 2% maar dat is een kwestie van afwachten. Het merendeel van alle transacties die onder overdrachtsbelasting vallen betreft woningen, de reikwijdte van de overdrachtsbelasting is alleen wel fors breder. Dat is wel iets om rekening mee te houden bij het opstellen van een begroting.

Bron:
LJN: BX3580, Rechtbank Arnhem

Als je luxe dingen maakt die goed verkopen dan zijn er altijd mensen die daar een graantje van willen meepikken en er zijn ook altijd mensen die namaakproducten kopen. Bij de rechtbank in Den Haag verzocht een aantal bekende horlogemerken om provider Altushost te verplichten websites die namaakproducten verkochten offline te halen nadat een poging om de verkopers zelf aan te pakken mislukte. Volgens de horlogers kan Altushost de doorgifte gemakkelijk beëindigen en is zij hier ook toe gehouden.

Het gesteggel met Altushost:
Op 25 en 30 mei hebben Merkhouders aan AltusHost een sommatie gestuurd tot staking van het hosten van de gewraakte websites. Op 5 juni is AltusHost nogmaals gesommeerd om aan de verzoeken te voldoen, en is zij tevens gesommeerd een tweede reeks van inbreukmakende websites te blokkeren en het hosten daarvan te staken. Op 19 juli heeft AltusHost haar dienstverlening ten aanzien van de websites gestaakt. Vier dagen later waren zeven websites weer online via een andere hosting provider.

Merkhouders vorderen nu AltusHost te bevelen haar dienstverlening aan de websites te staken, door deze af te sluiten en afgesloten te houden voor toegang door derden vanuit de Benelux en het hosten van die websites te staken en gestaakt te houden.

Altushost als tussenpersoon:
AltusHost heeft betwist dat de websites op Nederland gericht zouden zijn zodat AltusHost niet zou zijn te beschouwen als een tussenpersoon in de zin van artikel 2.22 lid 3 en lid 6 BVIE. Als dat het geval is dan zou Altushost de dans ontspringen omdat de vordering van de merkhouders is gebaseerd op de veronderstelling dat Altushost in haar rol van hoster wel degelijk een tussenpersoon is. Dit verweer faalt volgens de rechter. Onweersproken is dat Nederland als land op de websites is aangemerkt waaruit de producten besteld kunnen worden en waar de producten naar toe kunnen worden gestuurd. Ook kan betaald worden met euro’s en zijn de websites in het Engels gesteld, wat in Nederland door nagenoeg iedereen met een internetaansluiting begrepen wordt. AltusHost is dus een tussenpersoon wiens diensten worden gebruikt voor inbreuk op de aan merkhouders toebehorende merken.

Subsidiariteit en proportionaliteit:
Altushost probeert het vervolgens nog met een beroep op de beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit. AltusHost stelt dat er minder verstrekkende maatregelen voorhanden zijn dan een stakingsbevel. De merkhouders zouden via ICANN de domeinnamen kunnen laten schorsen. De voorzieningrechter wijst dit af. Deze procedure biedt voorshands onvoldoende soelaas, enerzijds omdat ICANN zich volgens Merkhouders niet met de inhoud van websites bezig houdt maar met wie de rechthebbende is op de betreffende domeinnaam en anderzijds omdat deze procedure onweersproken tamelijk langdurig van aard is.

Als tweede argument over subsidiariteit voert Altushost aan dat de merkhouders niet voldoende hebben gedaan om websitehouders c.q. replicamakers zelf aan te spreken. Ook dit wordt door de rechtbank verworpen nu ondanks het aanschrijven iedere vorm van reactie is uitgebleven. Websitehouders waarvan gegevens wel bekend zijn, zijn veelal afkomstig uit landen waarvan bekend is dat deze niet met grote voortvarendheid tegen merkinbreukmakers optreden. Daarom is het voorlopig oordeel dat aan het vereiste van subsidiariteit voldaan is.

Tot slot heeft Altushost betoogd dat de gevorderde bevelen disproportioneel zijn omdat deze niet kunnen leiden tot het beoogde doel. De websitehouders zouden hun website eenvoudig bij een andere hostingpartij onder kunnen brengen en in enkele gevallen is dat ook gebeurd. Dit standpunt is gebaseerd op de veronderstelling dat er geen aanvullende maatregelen zullen worden genomen door merkhouders. Die veronderstelling moet al op voorhand worden verworpen omdat ter zitting niet bestreden is dat Merkhouders al optreden tegen andere hostingproviders.

Het oordeel van de rechter:
De verweren van Altushost worden integraal verworpen. Het zal dan ook geen verrassing zijn dat het de blokkade wordt toegewezen.

Conclusie:
Inbreuken op merkenrecht zijn vaak notoir lastig om af te handelen waar het om webshops gaat die opereren vanuit andere landen. Het makkelijkste alternatief is dan vaak om de hoster aan te pakken. Een vergelijking met de trammelant rondom de PirateBay dringt zich op. Hoewel het om een ander product gaat is het mechanisme precies hetzelfde. Bij gebrek aan mogelijkheden om de bron aan te pakken is het doorgeefluik een goede tweede.

De rechter vindt dat het individueel aanspreken van websites dan ook weinig effect heeft en dat de klagers aan hun verplichting hebben voldaan om andere wegen te bewandelen om de websites aan te pakken. Dit is de typerende pragmatiek die wel vaker in Nederlandse rechtspraak zichtbaar is en deze redenering is dan ook noch onbegrijpelijk noch onjuist. De merkhouders hebben namelijk geprobeerd de bron aan te pakken maar als ze eenvoudigweg niet reageert of contactgegevens blijken onjuist te zijn of ze worden via een anoniem systeem gehost dan houdt het een keer op.

Altushost stelt dat het verplichten van een host om domeinnamen offline te halen vrij zinloos is. Binnen enkele uren duiken ze weer op via een andere host. De rechter in deze zaak is ontvankelijk voor het argument dat de merkbezitters op grote schaal providers aanspreken en niet alleen Altushost vragen om replicasites offline te halen.

Het gebeurt niet zo vaak dat een provider in een zaak over merkrecht, en dan met name namaakproducenten, voor de rechter wordt gedaagd. De meeste providers zullen een dergelijke site direct offline halen wanneer zij worden aangeschreven.

Bron:
LJN: BX5303, Rechtbank ‘s-Gravenhage
Nederlands verbod haalt domeinen wereldwijd offlineNederlands verbod haalt domeinen wereldwijd offline via webwereld.nl
Blokkeringsbevel is niet disproportioneel en niet te verstrekkend via boek9.nl

Dat je voorzichtig moet zijn met social media en kieskeurig in de woorden die je hanteert moge bekend zijn. Met name de arbeidsrechtelijke praktijk staat bol van de voorbeelden waarbij social media en blogs een rol spelen bij het op scherp zetten van de arbeidsverhouding. Social media kunnen je echter ook in andere rechtsgebieden enorm nekken zoals in onderstaande casus over het familierecht.

De feiten:
Ouders zijn gescheiden in hebben gezamenlijk een kind. De vrouw heeft bij rechtbank ‘s-Gravenhage een verzoek ingediend voor kinderalimentatie. Onmiddellijk daarop verzocht de man om beide ouders te belasten met het gezamenlijk gezag uitoefenen hun minderjarige dochter. Op grond van artike 1:253c BW geldt dat een dergelijk verzoek, indien de andere ouder hiermee niet instemt, slechts afgewezen wordt indien er een onaanvaardbaar risico is dat de minderjarige klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of afwijzing anderszins in het belang van de minderjarige noodzakelijk is.

An sich is een dergelijke procedure niets bijzonders maar wat deze onderscheidt van alle andere is dat de rechtbank vrij uitgebreid ingaat op de rol van Facebook bij de beoordeling van het geschil.

Overwegingen en oordeel van de rechter:
De rechtbank is in dit geval van oordeel dat het waarschijnlijk is dat indien de ouders gezamenlijk het gezag zullen gaan uitoefenen er een gerede kans bestaat dat de nog zeer jonge minderjarige klem of verloren zal raken tussen de ouders. Daarbij spelen gebruikelijke elementen een rol zoals het totale gebrek aan vertrouwen tussen ouders en zwartmakerij in de stukken tijdens de zitting. Het vonnis spreekt zelfs van ‘moddergooien’ wat een toch vrij ongebruikelijke term is om in een vonnis te hanteren.

De vrouw heeft ook tijdens de zitting prints van enkele facebook berichten getoond. De rechtbank verwerpt het verweer van de man dat overgelegde prints van Facebook en andere zogenoemde sociale media geen (juridische) waarde zouden hebben omdat zij alleen zijn overgelegd als stemmingmakerij. De berichten hebben inhoud als:

” ik weet dat mijn woorden tegen me gebruikt worden en dat sommige woorden omgedraaid worden. Dus ik zet VOOR NU nog niet teveel op FB MAAR!! Als alles achter de rug is zal ik alles vertellen, echt ALLES!! Ook mijn fouten!!”

De rechtbank acht dat deze specifiek ten doel hebben om de vrouw als moeder in diskrediet te brengen richting de Facebookvrienden van de man. Het echte huzarenstuk is echter een publicatie van een foto van een nota bene door de rechtbank gestempeld processtuk met als bijgaand onderschrift: “Daar is ie dan toch de brief van de rechtbank via de tegenpartij zijnde de moeder van mijn (ons) kind.”

Alles overwegende acht de rechtbank dat de man met deze berichten zich onvoldoende rekenschap geeft van de eisen die gezamenlijk ouderschap en de belangen van de minderjarige met zich meebrengen. De als tegenbewijs bedoelde Whats-app bericht zijn onvoldoende om daaruit te concluderen dat partijen wel in staat zouden zijn om op een normale manier te communiceren.

Ten slotte nog blijkt uit de Facebookberichten dat de man van plan is om na de procedure het nodige over de vrouw dan wel hun voormalige relatie te gaan onthullen. Naar het oordeel van de rechtbank komt dat de toch al gespannen onderlinge verhoudingen en/of communicatie niet ten goede.

Tot besluit volgen nog wat draagkrachtberekeningen over de verzochte kinderalimentatie welke toegewezen wordt en wordt een omgangsregeling vastgesteld.

Conclusie:
De les die uit deze uitspraak getrokken kan worden moge duidelijk zijn. Wees voorzichtig met wat je op social media publiceert want ook een rechter kan je berichten lezen. Ironisch genoeg had de man een bericht geplaatst met als strekking dat hij wist dat zijn woorden tegen hem gebruikt zouden worden. Vermoedelijk had hij geen idee hoe profetisch dat was.

Een andere les die ook uit dit vonnis te halen valt is dat het altijd dom is om dingen te doen die de rechtbank tegen je in het harnas kunnen jagen. Dingen zoals processtukken plaatsen met kwetsende berichten jegens de andere procespartij vallen in die categorie.

Deze uitspraak is verplicht leesvoer voor iedereen die iets te maken heeft met personen- en familierecht. Het is een goed leesbare uitspraak zonder al teveel technische termen die laat zien hoe een rechter omgaat met social media als bewijsmateriaal.

Bron:
Pas ook op met sociale media in het familierecht! (Sandra van de Grift) via akd.nl
LJN: BW8727, Rechtbank ‘s-Gravenhage