Het is alweer enige tijd geleden dat de kranten bol stonden van de berichten over mobiele controles (MVT) die werden uitgevoerd door Nederland. Het conflict waar het om ging was of deze mobiele controles rechtmatig waren. Nederland is immers een partner onder het Schengenverdrag waarin is vastgelegd dat de personencontroles aan de grenzen worden afgeschafd. Dat betekent echter niet dat er geen enkele vorm van toezicht meer mag worden gehouden.

De achtergrond:
Het probleem met de MTV bepaling is dat verschillende appèlrechters er een verschillende uitleg aan gaven. In een uitspraak van oktober 2011 heeft de Raad van State geoordeeld dat de bepaling niet in strijd is met de Schengengrenscode. Vervolgens heeft het gerechtshof in Den Bosch in mei 2012 in een strafrechtelijke procedure geoordeeld dat de MTV-controles hetzelfde effect hebben als grenscontroles en daarom wel in strijd zijn met de Schengengrenscode.

Nu werd er bij een MTV controle een zekere meneer Adil aangehouden en vervolgens in bewaring gesteld omdat hij onterecht op Nederlands grondgebied zou verkeren. Deze zaak is nu doorgeprocedeerd tot aan de Raad van State die een mooie gelegenheid zag om prejudiciële vragen te stellen aan het HvJEU over de uitleg van het Schengenverdrag en daarmee over de rechtmatigheid van de controles en in het verlengde daarvan de rechtmatigheid van de bewaring.

Beantwoording door het HvJEU:
In het kader van overzichtelijkheid beperken we ons eventjes tot het daadwerkelijke antwoord op de prejudiciële vragen. Het Hof stelt dat er geen problemen zijn als de politiële maatregelen zijn gebaseerd op algemene politie-informatie en ‑ervaring met betrekking tot mogelijke bedreigingen van de openbare veiligheid en met name bedoeld zijn ter bestrijding van grensoverschrijdende criminaliteit. Hierbij moeten deze controles worden gepland en uitgevoerd op een manier die duidelijk verschilt van de systematische controles van personen aan de buitengrenzen en wanneer zij op basis van controles ter plaatse worden uitgevoerd. (RO 54)

De Nederlandse regeling beoogt hoofdzakelijk om illegaal verblijf te bestrijden. Dit wordt vormgegeven door middel van selectieve controles die ertoe strekken om personen die zich in een illegale situatie bevinden op het spoor te komen en om illegale immigratie te ontmoedigen. Deze doelstelling heeft uniforme gelding op het gehele Nederlandse grondgebied. Dat er in de grensgebieden in bijzondere uitvoeringsbepalingen voor de controles voorzien, doet hier niet aan af.

Samenvattend mogen volgens het hof politieautoriteiten van een Schengenland controles uitoefenen bij de binnengrenzen van het Schengengebied zolang deze controles geen verkapte grenscontroles worden. Daarbij is onder meer van belang hoe systematisch de controles zijn en het doel wat er mee wordt nagestreefd.

Hoe nu verder?
De Raad van State heeft nu slechts nog het antwoord op haar vragen gekregen. De daadwerkelijke zaak is daarmee nog niet afgedaan. De partijen zullen in gelegenheid worden gesteld om een reactie te geven op de antwoorden van het HvJEU. Vermoedelijk zal dan later dit jaar een uitspraak volgen.

Bron:
Uitspraak van het Hof van Justitie in Luxemburg in zaak over Mobiel Toezicht Veiligheid via raadvanstate.nl
Zaaknummer 201204130/1/T1/V4 Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State
HvJEU C‑278/12 PPU

Een werkgever heeft zich te gedragen als een goed werkgever. Dit is een redelijk open norm maar de gemiddelde sterveling moet met gezond verstand toch een behoorlijk eind komen voor de invulling hiervan. Als een werkgever wordt gebeld om referenties te verstrekken over een oudwerknemer dan geldt nog steeds de ‘goed werkgever regel’. Dat betekent dus dat je goed na moet denken over wat je vertelt over je oudwerknemer.

In het specifieke geval wat vandaag behandeld wordt, heeft een loslippige manager van Rabobank Utrecht zijn werkgever behoorlijk wat geld gekost.

De feiten:
In 2005 wordt naar aanleiding van een anonieme tip door afdeling Crisismanagement en Fraudebestrijding van Rabobank Nederland een integriteitsonderzoek uitgevoerd naar de werkneemster. Uit dit onderzoek kwam helemaal niets naar voren over frauduleus of onoirbaar handelen van werkneemster. Er wordt verder met de resultaten van het onderzoek ook niets gedaan. Er wordt geen vermelding opgenomen in het interne register (IVA) en ook niet in het voor andere bancaire instellingen toegankelijke register (EVA).

In 2006 gaat de werkneemster een arbeidsovereenkomst aan met Rabobank Bergeijk onder de opschortende voorwaarde dat de nog op te vragen werkgeversverklaringen geen aanleiding geven om aan de betrouwbaarheid van de werknemer te twijfelen. Ondertussen zegt werkneemster haar arbeidsovereenkomst met Rabobank Utrecht op. Rabobank Bergeijk nam vervolgens contact op met de directeur van Rabobank Utrecht. Die heeft gesproken over het interne onderzoek naar werkneemster in 2005, waarna Rabobank Bergeijk haar aanbod intrekt. In 2009 heeft werkneemster ook gesolliciteerd bij Rabobank Waalre en Valkenswaard. Hier voltrok zich een soortgelijk taferaal. Nu klaagt de werkneemster de Rabobank Utrecht aan en eist een schadevergoeding.

Overwegingen en oordeel van de rechter:
De rechter was van oordeel dat er gehandeld was in strijd met goed werknemerschap. De directeur van Rabobank Utrecht had niet mogen refereren aan het interne onderzoek nu daar niets uit was voortgekomen. Het gebruik van die term heeft namelijk geen neutrale lading. De enkele mededeling dat een onderzoek is uitgevoerd naar een werknemer doet bij veel derden twijfelen rijzen over de integriteit van de potentiële werknemer. Daarenboven had Rabobank Utrecht simpelweg moeten volstaan met een verwijzing naar het IVA. Partijen worden nu in gelegenheid gesteld zich uit te laten over de hoogte van de geleden schade en iedere nader vorm van beslissing wordt aangehouden.

Conclusie:
Over de omvang van de schadevergoeding zal nog wel even worden gesteggeld. Dat is echter niet het belangrijkste. Met dit vonnis wordt wederom bevestigd dat je ook tegenover ex-werknemers je te gedragen hebt als een goed werknemer. Dat betekent dus dat je onder andere op je uitlatingen moet letten. Als er voor frauduleuze sujetten een intern register is, gebruik het dan en vertel niet dat er een onderzoek is geweest waar dan ook nog eens niet is uitgekomen.

De werkneemster verkeert nu in de vreemde situatie dat ze eigenlijk gestrafd wordt voor iets wat ze niet heeft gedaan. Het is zeer terecht dat hier een schadevergoeding tegenover wordt gezet door de rechter.

In een ver en grijs verleden toen legallife net startte, 2008 was het jaar, is er een serie artikelen gepubliceerd over van alles en nog wat. Deze artikelen worden nu één voor één onder de loep genomen en waar nodig bijgewerkt alvorens ze opnieuw worden gepubliceerd op de site zodat ze voor iedereen toegankelijk zijn en blijven.

De garderobe essentials was één van de meest populaire artikelreeksen en vandaag is dan ook in die categorie het artikel over het overhemd voor mannen geplaatst. Het leek me leuk om hiermee te beginnen nu dit destijds ook het allereerste artikel was wat werd geplaatst in de nieuwsbrief. Het is vindbaar in het menu onder mannenlife.

Volgende week volgt een revisie van een artikel voor de garderobe essentials voor vrouwen.

Als student is er een gerede kans dat je gebruik maakt van studiefinanciëring. Daarbij wordt er een verschil gemaakt tussen inwonendenbeurs en een uitwonendenbeurs. Hiervoor moesten altijd de adresgegevens worden doorgegeven aan DUO en aan de gemeente waar je komt te wonen. Dit laatste uit hoofde van de Wet GBA. Maar wat nu als je een adreswijziging alleen doorgeeft aan de gemeente?

De achtergrond:
In het onderhavige geval had een student op op 15 januari 2010 zijn nieuwe adres alleen aan de gemeente opgegeven en niet aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Indien bij controle blijkt dat de adressen verschillen dan wordt dit aan de student bekend gemaakt en krijgt hij gelegenheid de afwijking te herstellen. Gebeurt dit niet binnen 4 weken na de bekendmaking, dan wordt met ingang van de maand waarin de afwijking is ontstaan, de beurs omgezet in een beurs voor een thuiswonende studerende. De student was het hier niet mee eens en procedeerde door tot aan de Centrale Raad voor Beroep.

De uitspraak:
De wet op de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens is per 1 april 2007 gewijzigd. Met die wijziging had e wetgever ten doel dat adresgegevens voor gebruik door de overheid éénmaal worden verstrekt. Gelet op artikel 3b van die wet is die studerende na 1 januari 2010 dan ook niet langer op grond van artikel 9.2 van de Wet studiefinanciering 2000 verplicht een adreswijziging behalve bij de gemeentelijke basisadministratie ook op te geven aan DUO.

Voor zover de adresgegevens van DUO incorrect waren, mocht dit de student niet worden tegengeworpen. Hij mocht er van uitgaan dat hij na 1 januari 2010 door opgave van zijn adreswijziging aan de gemeentelijke basisadministratie van de gemeente Maastricht aan zijn wettelijke verplichtingen had voldaan. In het verlengde daarvan behoefde de student geen gevolg te geven aan de brief waarin hij in de gelegenheid is gesteld de afwijkende adresgegevens binnen vier weken te herstellen. Evenmin had de Minister de bevoegdheid om de beurs om te zetten in een beurs voor een thuiswonende studerende.

Conclusie:
Gezien het feit dat dit een uitspraak is van de hoogste rechter is er geen beroep mogelijk. Derhalve heeft DUO waarschijnlijk heel wat adressen te vergelijken met de GBA’s van iedere gemeente in Nederland. Ook zullen alle studenten goed in de gaten moeten houden of hun beurs verlaagde wordt door de Minister vanwege het niet doorgeven van een adreswijziging. Mocht je een dergelijke brief hebben gekregen dan is het nog steeds handiger om het toch eventjes ook aan DUO door te geven want het voorkomt een hoop conflicten. Voor wie dat helaas net vergeten is, is deze uitspraak een leuk laatste redmiddel.

Bron:
LJN: BX0964, Centrale Raad van Beroep

Eindelijk is er een uitspraak van een rechter in het voortslepende conflict van Rietveldt en Stemra. Hilarisch genoeg ging het om een conflict over een muziekje wat door Stemra werd gebruikt in een anti-piraterij spotje dat op miljoenen dvd’s stond voorafgaand aan de eigenlijke film. Rietveldt verzocht Buma-Stemra om de vergoeding daarvoor te innen en te betalen maar kwam hierdoor in conflict met Stemra.

Hoofdstuk zoveel:
Dit vonnis is slechts het zoveelste hoofdstuk in een affaire die zich maar voortsleept. Eventjes een korte recap van wat tot dusver is gebeurd:

  • de Pownews-affaire (via boek9.nl)
  • het vertrek van Buma bestuurder Gerrits
  • kamervragen
  • een CvtA-rapport
  • een amvb-voorstel van Fred Teeven

Het centrale probleem:
De opdrachtgever voor de spotjes was Filmwereld. Ook de NVPI (branchevereniging voor de entertainmentindustrie) en ook filmmaatschappij Warner speelden een rol. Zij verkeerden in de veronderstelling dat alle rechten afgekocht waren. Dat is niet ongebruikelijk bij muziek die in opdracht wordt gemaakt dus er valt ze weinig te verwijten op dit vlak.

Het enige wat Stemra hoefde te doen was een vergoeding loskrijgen voor de muziek. Stemra heeft vervolgens met de NVPI onderhandeld en een akkoord bereikt op een bedrag ter grootte van € 60,000.- In een eerdere rechtszaak is aan Rietveldt al een voorschot van € 20.000,- toegekend. Rietveldt is ook betrokken geweest bij deze onderhandelingen.

De huidige zaak:
De vordering tegen Stemra is kort samengevat een schadevergoeding van € 100.000,- alsmede dat zij de exploitatieovereenkomst moet gaan naleven die is overeengekomen tussen partijen. Het gaat hier om een procedure bij de voorzieningenrechter.

De rechter vindt het ‘voldoende aannemelijk’ dat Rietveldt in eerst instantie meeging in de schikkingsonderhandelingen in het opzicht dat hij er kritisch over meedacht en ze volgde. Vast staat dat hij het niet eens is met het uiteindelijke resultaat van de schikking.

Uit de processtukken blijkt dat Stemra en Rietveldt onenigheid hebben over de wijze waarop de vergoeding voor het gebruik van de muziek moet worden berekend en de cijfers die werden overgelegd. In dit geding kan niet worden vastgesteld of Stemra in alle redelijkheid niet tot deze schikking had mogen komen en in die zin is tekortgeschoten.

De gevorderde schadevergoeding kan dan ook niet worden toegewezen omdat hiervoor vereist is dat het bestaan en de omvang van de vordering voldoende aannemelijk zijn en uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening vereist is.

Wel moet Stemra maatregelen (blijven) nemen ten aanzien van de muziekspot waarbij Stemra zich in redelijkheid dient te blijven inspannen en dat zij schriftelijk verantwoording dient af te leggen als zij meent dat aan haar verplichtingen zijn voldaan.

Conclusie:
Dit is het zoveelste hoofdstuk in het conflict tussen Stemra en Rietveldt. Ik heb niet de verwachting dat hier binnenkort een einde aan komt. Het viel zonder meer te verwachten dat de vordering niet wordt toegewezen in een kort geding, zeker op het moment dat de omvang ervan nog niet duidelijk is. Voor dat soort dingen is toch echt een bodemprocedure nodig. Wel laat de rechter het niet na te vermelden dat Stemra haar werk goed zal moeten blijven doen.

Bron:
Stemra moet belangen muziek antipiraterij-spot beter behartigen via rechtspraak.nl
LJN: BX1567, Rechtbank Amsterdam