Door Legallife is geregeld aandacht besteed aan zowel kinder- als partneralimentatie alsmede het feit dat het een onderwerp is wat zowel maatschappelijk als politiek gevoelig ligt. Kamerlid voor de PVV Bontes heeft nu een initiatiefvoorstel ingediend om de partneralimentatie om te gooien.

Van behoefte en draagkracht naar verloren verdiencapaciteit:
Momenteel wordt de alimentatie bepaald door twee factoren. Enerzijds is dit de behoeftigheid van de alimentatiegerechtigde en anderzijds is dit de draagkracht van de alimentatieplichtige, dit in het verlengde van huidige huwelijksvermogensrecht. Dit zijn open normen welke geen recht meer doet aan huidige tijdsgewricht.

Volgens het initiatiefwetsvoorstel moet de grondslag voor alimentatie wettelijk worden vastgelegd en dient dit meer te zijn in de geest van tijdens het huwelijk verloren verdiencapaciteit.

Wijziging van de termijn:
De huidige termijn van 12 jaar voldoet volgens vele burgers niet meer maar ook uit de Tweede Kamer zelf komt hier steeds meer kritiek. Daarnaast dient de huidige duur van de uitkering tot levensonderhouder volgens indiener onvoldoende tot stimulans voor de alimentatiegerechtigde om te participeren op de arbeidsmarkt. De maximale termijn dient derhalve in de meeste gevallen te worden teruggebracht tot 5 jaar. De voornaamste uitzondering hierop is als het een huwelijk betreft langer dan 15 jaar en er kinderen zijn.

In vogelvlucht kunnen uit het wetsvoorstel ongeveer de volgende termijnen worden afgeleid:
Geen kinderen:

  • huwelijk korter dan 3 jaar: geen recht op alimentatie.
  • huwelijk langer dan 3 jaar: de helft van het huwelijk met een maximum van 5 jaar.

Wel kinderen:

  • partneralimentatie totdat het jongste kind 12 jaar is, ofwel de helft van het huwelijk met een maximum van 5 jaar.
  • Huwelijken langer dan 15 jaar: de helft van het huwelijk met een maximum van 10 jaar.

Vaststelling van de hoogte:
Naast de begrenzing van de alimentatieduur is tevens het ontbreken van inzicht in de wijze waarop de hoogte van de partneralimentatie wordt bepaald een punt van kritiek ten aanzien van de huidige regelgeving. De hoogte van de alimentatie wordt door de rechter doorgaans (mede) bepaald aan de hand van de Trema-normen. De rechter hoeft niet te motiveren waarom hij onder omstandigheden hier van afwijkt.

Het achterwege laten van een draagkrachtberekening kan als gevolg hebben, dat extra tijd moet worden geïnvesteerd in het beoordelen van de juistheid van de beschikking. Daarnaast kan het niet aanhechten van een draagkrachtberekening leiden tot rechtsonzekerheid.

Tijdens het algemeen overleg van 29 september 2001 heeft de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie toegezegd om met de Raad voor de rechtspraak af te stemmen dat in familierechtelijke zaken de alimentatieberekening door de rechter altijd wordt bijgevoegd. De indiener acht dit echter niet voldoende en kent de bezwaren vanuit de rechtspraktijk een dergelijk gewicht toe dat wordt voorgesteld dat op verzoek van betrokkenen de aan de beschikking betreffende partneralimentatie ten grondslag liggende berekeningen worden verstrekt bij de beschikking.

De gedachte die hier achter zit is dat een vonnis dient te worden gemotiveerd die voldoende inzicht geeft in de aan haar ten grondslag liggende gedachtegang om de beslissing zowel voor partijen als voor derden controleerbaar en aanvaardbaar te maken. Momenteel hoeft de rechter de draagkracht- en behoefteberekeningen niet in zijn beschikking op te nemen, mits maar voldoende blijkt van welke gegevens hij bij zijn beslissing is uitgegaan.

Conclusie:
Dit is zonder meer één van de meest belangrijke ontwikkelingen op het vlak van alimentatie. Er worden eindelijk stappen gezet in plaats van dat er alleen maar signalen over komen. Dit is namelijk iets wat zich al jaren voortsleept.

Of de voorgestelde regels nuttig zijn is dan deel twee. De limitering van de termijn tot in beginsel 5 jaar is niet onredelijk. Dat zou veel meer eer doen aan hoe tegenwoordig tegen partneralimentatie wordt aangekeken. De huidige termijn van 12 jaar is sowieso aan de erg lange kant.

Op de voorgestelde wijziging om op verzoek van betrokkenen de aan de beschikking betreffende partneralimentatie ten grondslag liggende berekeningen te verstrekken bij de beschikking valt nog wel wat af te dingen. Het niet opnemen van een draagkrachtberekening schept volgens indiener onduidelijkheid over het te betalen of te ontvangen alimentatiebedrag. Dat is incorrect omdat er een beschikking wordt afgegeven met de hoogte van het alimentatiebedrag.

Er resteert dan het inzichtsverschaffende aspect. Het wordt helaas niet geheel duidelijk waarom de huidige manier van motiveren onvoldoende zou zijn en hoe deze nieuwe methode rechtszekerheid en inzichtelijkheid zou helpen.

Bron:
Voorstel van Wet (Kamerstukken II 2011-2012, 33311 nr. 2)
Memorie van toelichting (Kamerstukken II 2011-2012, 33311 nr. 3)
te vinden via officielebekendmakingen.nl

Als juristen ligt voor ons een dresscode grotendeels vast. Dat is aan de ene kant makkelijk omdat het vrij duidelijk is wat er verwacht wordt en aan de andere kant is het enigszins saai. Voor wie de grauwe eenheidsworst van beton, mantelpakjes en pakken zat wordt, kan zomaar eens de behoefte krijgen om iets aan de look te veranderen. Dit kan op subtiele wijze door een paar details te veranderen, het kan ook minder subtiel door je hele garderobe te veranderen.

Sowieso kunnen er allerlei redenen zijn waarom je jezelf eens een keertje een andere uitstraling wilt geven: een nieuwe baan, een nieuw seizoen of gewoon zomaar omdat het kan. Een nieuwe look kan verfrissend werken en nieuwe energie geven. Er zijn wel een aantal basisregels en suggesties voor die heel handig zijn om in het oog te houden.

Betrek er een goede vriend(in) bij:
Buitenstaanders hebben vaak een objectievere kijk op vele aspecten van je leven dan dat je zelf hebt. Zelfs als je een uitstekend persoonlijk reflecterend vermogen hebt, kunnen andere inzichten verrassend en waardevol zijn. Zorg dat je iemand kiest die niet bang is om kritiek te geven, daarmee bedoel ik overigens niet dat je iemand moet kiezen die de gewoonte heeft om je te schofferen.

Bedenkt ten alle tijde of wat je wilt past bij je omgeving:
Een verandering van look kan gewoon een evolutie zijn, het hoeft geen revolutie te zijn. Zorg altijd dat de veranderingen die van plan bent door te voeren wel passen bij je omgeving. Een nieuw model kapsel is zelden een probleem maar je haar ineens gifgroen verven om een statement te maken kan teveel van het goede zijn.

Een nieuw kapsel:
Zeker voor mannen geldt dat we over het algemeen gewoon naar de kapper gaan om ons haar te laten knippen. Ga eens een keer naar de kapper om je haar te laten stylen. Kies in onderling overleg een nieuwe haarstijl uit en ga er voor. Kies voor een kapper die niet alleen goed kan adviseren maar ook goed kan knippen. Iedereen kan een tondeuse op tandje twee over een hoofd trekken maar een goed kapsel maken is vakwerk.

Doe ook wat voorwerk, bekijk een aantal sites of modemagazines om een indruk te krijgen van wat je leuk vindt. Als je al enig idee hebt van wat je leuk vindt dan maakt dat het werk van de stylist alleen maar gemakkelijker.

Lichaamsverzorging:
Houd je persoonlijke verzorgingsregime eens goed tegen het licht. Zijn er wellicht dingen die je graag wilt veranderen? Eventjes generaliserend naar de de geslachten. Heren het is prima als u maar één soort zeep wil hebben maar vervang het wellicht eens door een ander merk wat je ook lekker vindt. Ga in de herfst over op een ietwat zwaarder geur en ga in de lente over op een iets lichtere geur. Of doe eens radicaal en gebruik twee verschillende merken naast elkaar zodat je per dag kunt wisselen afhankelijk van hoe je humeur is.

Dames, kies een paar lekkere producten uit en houdt het daarbij. Niemand heeft iets aan planken vol met allemaal potjes waarvan de houdbaarheid verloopt. Dat is niet alleen zonde van het geld maar ook van goede producten.

Een nieuwe garderobe:
Een nieuwe look betekent niet meteen dat alles wat in de kast hangt richting kringloopwinkel moet worden afgevoerd. Over het algemeen is de eerste stap het verwijderen van kledingstukken die niet meer gedragen worden. Vaak houd men hierbij de grens aan van één jaar niet gedragen=weggooien maar zo rigoureus hoeft het ook weer niet. Bedenk gewoon of er een reeële kans is dat je het ooit weer gaat dragen, zoniet dan wegdoen. Verwijder ook alle kledingstukken die versleten zijn, gaten hebben of vlekken die er maar niet uit willen.

Bij het kopen van nieuwe kleding is de hoofdregel altijd er voor te zorgen dat het goed past. Neem tijd voor het opbouwen van een nieuwe garderobe, je hoeft niet in één dag alles weer aan te vullen. Ga niet gehaast winkelen want dan kom je altijd terug met stukken waarvan je denkt: ‘had ik dat maar niet gedaan.’

Koop niet alles in de eerste de beste winkel. Kijk rustig even rond om je een beeld te vormen van het huidige modebeeld en wat jij mooi vindt. Laat je daarbij ook gerust adviseren door een verkoper.

Maak ook een duidelijk onderscheid tussen waar het beoogde kledingstuk voor moet gaan dienen. Er is een duidelijk onderscheid tussen werkkleding en vrijetijdskleding. Koop je jeans omdat je een feestje hebt met dresscode ‘New York casual’ of om in het weekend op de bank te hangen. Dat soort dingen maakt nogal uit voor in welke winkels je het beste kunt kijken.

Wees jezelf getrouw:
Het is altijd absoluut aan te raden om eens wat buiten je comfort zone te gaan. Verandering van spijs doet immers eten. Als iemand suggereert om een bepaald shirt te passen doe het dan gewoon eens, wie weet staat het fantastisch. Een model schoenen wat je nog nooit eerder hebt gehad kan ook best een leuke verandering zijn.
Wat je niet moet doen is iets kopen wat je echt niet mooi vindt. Als je jezelf niet comfortabel voelt in kleding dan is dat voor iedereen onmiddellijk merkbaar.

Hoeveel verandering je bereid bent te ondergaan is met name afhankelijk van je persoonlijkheid. Er zijn mensen die heel erg experimenteren met kleding en er zijn ook mensen die wat behoudender zijn. Er is geen goed of fout wat dat betreft.

Tot besluit:
Verandering kan best wel eens goed zijn als je er zin in hebt. Het kan de sleur doorbreken en nieuwe energie geven. Het moet echter geenszins als een verplichting worden gevoeld, wie tevreden is met de huidige stand van zaken hoeft geen enkele aandrang te voelen om wat te veranderen. Voor wie het wel wil zijn er een paar handige suggesties maar een verandering hoeft echt niet radicaal te zijn. Alleen een nieuw kapsel of simpelweg een andere eau de cologne kan al wonderen doen.

Binnen de vele organen die het Rijk omvat zijn er een aantal op enige afstand van het Rijk geplaatst, maar worden wel grotendeels met publiek geld gefinancieerd. Het gaat dan meestal instellingen waarvoor het in beginsel niet nodig is om ze regelrecht onder het Rijk te plaatsen voor het dagelijks bestuur. Denk bijvoorbeeld aan onderwijsinstellingen.

Deze instellingen verrichten ook vaak in ieder geval gedeeltelijk private activiteiten. Dit verschijnsel wordt ook wel aangeduid met de term publiek ondernemerschap. Om wel zicht te kunnen houden op wat er allemaal gebeurt met het publieke geld wat er naar toegaat, is door de overheid de Kaderwet ZBO’s ingesteld. Deze wet is nu onderwerp van een kritisch rapport van de Algemene Rekenkamer.

Publiek ondernemerschap:
Aangezien publiek ondernemerschap een centraal begrip is, is het nuttig om even kort samen te vatten wat de Rekenkamer daar onder verstaat. Kortgezegd gaat het er om dat publieke organisaties private activiteiten mogen uitvoeren onder de voorwaarde dat de organisaties zich houden aan de daarvoor geldende kaders. Indien een publieke organisatie dit wil doen dan dient zij een aantal zaken op orde te hebben. Er moet sprake zijn van een visie, een risicobeheersende bedrijfsvoering en er moet meerwaarde gecreeërd worden. Het soort meerwaarde moet duidelijk omschreven zijn, enkel een vermoeden van meerwaarde is niet voldoende.

De Kaderwet ZBO:
De Kaderwet ZBO is gemaakt met doel om een oog te houden op zelfstandige bestuursorganen (ZBO). Een kaderwet is een raamwerk van regelgeving waarbinnen er gedetailleerde voorschriften kunnen worden uitgevaardigd. Het bevat geen gedetailleerde regels maar algemene principes, verantwoordelijkheden en procedures. Vanwege de grote diversiteit van zelfstandige bestuursorganen is een kaderwet aangevuld met AMVB’s een in theorie uitstekend middel.

Bij het ingaan van de Kaderwet zbo’s op 1 februari 2007 was de doelstelling dat de kaderwet voor ongeveer 75% van alle zbo’s onverkort van toepassing zou zijn. Het onderzoek van de Algemene Rekenkamer wijst uit dat de helft van de zbo’s (of clusters van zbo-instellingen) onder de Kaderwet is of nog wordt gebracht, en dat voor minder dan 25% van de zbo’s de kaderwet onverkort geldt.

Het probleem:
De Kaderwet zbo’s is momenteel abstract algemeen wettelijk kader met heel veel uitzonderingen, waarbij de invulling vaak aan de uitvoerende instellingen zelf wordt overgelaten. Er is nu dus alleen maar vaag omschreven regelgeving. Daardoor draagt de Kaderwet onvoldoende bij aan de beoogde verbetering van toezicht en verantwoording door de ministers en een verbeterde controle door het parlement. Ook ZBO’s zelf geven aan last te hebben van de onduidelijke regelgeving.

Dit tikt door in het publiek ondernemerschap. Het onderzoek toont dat publieke organisaties er niet altijd in slagen om overtuigend aan te tonen dat de private activiteiten toegevoegde waarde hebben voor de publieke taak. Daarbij gaat er veel mis met de bedrijfsvoering van private activiteiten. Zo zijn de private en publieke geldstromen niet altijd gescheiden waardoor het onduidelijk is of er publiek geld weglekt naar private activiteiten. Het gebrek aan overzicht maakt ook controle moeilijker.

Ook is er nog veel andere (sectorale) regelgeving welke een rol speelt en soms niet eenduidig is. Ook dit draagt niet bij aan overzichtelijkheid.

Conclusie:
Bij de ZBO’s gaat veel mis. Het gaat hierbij niet om details maar om heel fundamentele zaken. De vaak onoverzichtelijke regelgeving is iets waar zij zelf geen grip en waar voor de overheid dus een rol is weggelegd. Aan de andere kant gaan er ook veel bedrijfsvoeringsaspecten mis waar de ZBO’s zelf wel wat aan zouden kunnen doen. Zo is het bijvoorbeeld wel prettig om een duidelijk idee te hebben over of het publiek ondernemerschap bijdraagt aan de uitvoering van de publieke taak. Ook moet het mogelijk zijn om verschillende financiëringsstromen goed in het oog te houden en zo te zien welke activiteit hoeveel oplevert. In dit opzicht zou het dus zeker geen kwaad kunnen om bedrijfsmatiger te gaan werken.

Bron:
Rapport Publieke organisaties en private activiteiten

Notarissen zijn hoogopgeleide professionals die breed scala aan kennis en vaardigheden in huis hebben en een integraal onderdeel van het bewaken van de rechtsorde. Er zijn een aantal ernstige fouten die notaris ten alle tijde moet vermijden: dit worden ook wel de notariële doodzondes genoemd. Notarissen betrachten grote zorg om deze te voorkomen maar dat betekent niet dat ze nooit voorkomen. Een vrij zeldzaam en zeer recent geval is door de tuchtrechter bestraft. Deze uitspraak is al gewezen in 2011 maar pas kort gepubliceerd.

De feiten:
De primaire klacht behelst dat de notaris verschillende rekeningen zou hebben voldaan uit de ervenrekening zonder dat de klager zich met betaling akkoord had verklaard. De notaris kan daarbij een behoorlijke beleidsvrijheid hebben omdat dit nodig kan zijn voor afwikkeling van de nalatenschap. Deze klacht is onvoldoende onderbouwd, maar de Kamer van toezicht te Maastricht bekijkt wel een aantal daarmee samenhangende zaken die niet door de beugel kunnen.

De erven hebben indertijd een kort geding gevoerd waarbij de notaris geen partij was. Dit geding is geëindigd met een minnelijke regeling welke vastgelegd is in een proces-verbaal. Deze hield onder andere de verplichting in om hem – de notaris – opdracht te geven om de verkoop te bewerkstelligen van twee woningen.

De notaris erkent enkele eigen declaraties te hebben geïnd via de ervenrekening. Hij was de mening toegedaan dat hij dit mocht op grond van het hierboven genoemde procesverbaal.

De doodzonde:
Nu de notaris geen partij was in dat geding kan hij ook geen rechten ontlenen aan de inhoud van dat proces-verbaal. De notaris weet, dan wel dient te weten dat altijd toestemming nodig is alvorens over te gaan tot verrekening van zijn declaraties. Dat de notaris desondanks toch op eigen initiatief is overgegaan tot verrekening wordt binnen het notariaat beschouwd als een doodzonde.

Het oordeel van de kamer:
De notaris komt er redelijk genadig vanaf. De kamer acht de klachtgegrond en legt de notaris de maatregel van waarschuwing op. Dit mede gelet op de omstandigheden van het geval en het feit dat er geen andere opgelegde (tucht)maatregelen van de notaris de kamer bekend zijn.

Conclusie:
Op het eerste gezicht lijkt het een vrij standaard zaak. Er is een hele waslijst aan ongegronde klachten die gebruikelijk zijn maar vaak nergens op gestoeld zoals het verwijten van een zekere partijdigheid en in dit geval zelfs poging tot chantage.

Er wordt echter bijna tussen neus en lippen door ongeveer halverwege de uitspraak gemeld dat de klacht dat de notaris eigen declaraties zonder toestemming uit de ervenrekening heeft voldaan gegrond is. Dit komt gelukkig bijna nooit voor en het kan ook echt niet door de beugel. De notaris heeft geluk dat het bij een waarschuwing blijft. Dit is de lichtst mogelijke sanctie en daarmee komt deze notaris goed weg.

Het enkele feit dat een notaris een dergelijke fout begaat is een unicum in Nederland aangezien de beroepsgroep hier over het algemeen uitstekend functioneert (het kan in ieder geval veel erger). Laat dit echter een waarschuwing zijn voor iedere beroepsbeoefenaar dat je altijd zorgvuldig moet zijn.

Bron:
YC0800 Kamer van toezicht Maastricht N 010151 te vinden via overheid.nl

Het kabinet is akkoord met de voorgestelde wijzigingen in het ontslagrecht zoals neergelegd in het begrotingsakkoord. De wijzigingen verkeren nog in een zeer pril stadium en moeten nog in een wetsvoorstel worden neergelegd dat in het najaar zal worden ingediend bij de Tweede Kamer. Vandaag alle voorgestelde wijzigingen op een rijtje.

Doel wijzigingen:
Het doel van de voorgestelde wijzigingen is een aantal redenen. Allereerst is het de bedoeling om de arbeidsmobiliteit te vergroten. Het jaarlijkse aantal baanwisselingen is beperkt en Nederlandse werknemers werken gemiddeld lang bij dezelfde werkgever. Dit geldt voor alle leeftijdsgroepen, maar met name voor ouderen. Ouderen die al relatief lang in eenzelfde functie zitten, zijn minder snel geneigd om te verkassen omdat zij dan recht op een riante ontslagvergoeding opgeven.

Ten tweede zal het ontslagrecht worden geuniformeerd via één procedure bij de civiele rechter waar momenteel nog de keuze bestaat tussen de UWV-procedure en de kantonrechter. Ten derde moet op deze manier de tweedeling in de markt tussen vaste en tijdelijk contracten lager worden. De flexibele krachten zijn relatief conjunctuurgevoelig en vangen eerder economische klappen dan vaste contracten. Het omgekeerde geldt natuurlijk als de economie verbetert.

Is het een verkapte bezuiniging?
Zodra een item afkomstig is uit het begrotingsakkoord gaan mensen er onmiddellijk vanuit dat het wel om een al dan niet verhulde bezuiniging of belastingverhoging zal gaan. Hoewel dat voor een aantal maatregelen inderdaad het geval is, geldt dat hier niet. Het gaat hier om een arbeidsmarkthervormende maatregel die de arbeidsproductiviteit naar verwachting zal doen stijgen. Om precies te zijn met 0,4% van het BBP, wat een structurele verbetering van de welvaart oplevert van 2,5 miljard euro. Dat betekent overigens niet dat iedereen blij moet zijn met deze veranderingen maar daarover meer in de conclusie.

Eén ontslagroute:
Momenteel is er een duaal stelsel: wil je iemand ontslaan dan heb je de keuze uit het UWV of de kantonrechter. Dit duale stelsel zal worden vervangen door een enkelvoudig civielrechtelijk stelsel waarin de preventieve toetsing (nu door UWV of rechter) komt te vervallen. Daarvoor in de plaats komt een hoorprocedure waarbij een werkgever een werknemer schriftelijk moet informeren over een voorgenomen ontslag en hem in de gelegenheid moet stellen hierop te reageren alvorens de arbeidsovereenkomst op te zeggen. Nadere details over hoe dit precies gaat werken zullen in het wetsvoorstel komen te staan, daarover is nu dus nog niets bekend.

Als een werknemer toch meent dat het ontslag onterecht is, dan staat de mogelijkheid van beroep bij de rechter open. De gebruikelijke procedures bij een collectief bedrijfseconomisch ontslag blijven van toepassing alsmede de bestaande opzegverboden (zoals bijvoorbeeld het opzegverbod bij ziekte) blijven intact.

Voor het aanzeggen van een ontslag blijft gelden dat dit op reeële gronden moet gebeuren dus dat kan zijn bedrijfseconomische of organisatorische redenen alsmede persoonlijke redenen zoals slecht functioneren.

De opzegtermijn voor werkgevers en werknemers om een vast contract te kunnen beëindigen danwel een tijdelijk contract tussentijds te kunnen beëindigen, wordt voor alle gevallen gesteld op 2 maanden. Momenteel is dat 1 maand tot 4 maanden afhankelijk van het dienstverband.

Werkgever betaalt de eerste 6 maanden WW:
In het begrotingsakkoord is afgesproken dat de WW-uitkering over ten hoogste de eerste zes maanden wordt verhaald op de laatste werkgever waar de werknemer in dienst is geweest. De technische vormgeving van deze maatregel zal verder worden uitgewerkt. Ook hierover zal het wetsvoorstel dus nog nadere informatie verschaffen.

Transitiebudget:
De overheid vindt het belangrijk dat werknemers bij het verlies van een baan naar ander werk worden begeleid en zich hiervoor zo nodig kunnen omscholen. Daarom krijgt de werknemer bij onvrijwillige beëindiging van de arbeidsrelatie recht op een zogeheten transitiebudget. Dit komt in de plaats van wat momenteel de ontslagvergoeding is.

Dit budget is bedoeld om de transitie naar een andere baan te vergemakkelijken. De werkgever draagt de kosten hiervan, net zoals hij nu de kosten draagt van een eventuele ontslagvergoeding.

Conclusie:
Ontslagrecht en de randverschijnselen zoals WW die daarmee samenhangen, zijn altijd een heet hangijzer. Bij het lezen van de hoofdlijnennotitie wordt gesteld dat oudere werknemers vast zitten in hun baan omdat ze bij doorstroming naar nieuw werk zekerheden, zoals een hoge ontslagvergoeding, kwijtraken. De nu voorgestelde oplossing is betrekkelijk eenvoudig, de ontslagvergoeding wordt geschrapt zodat die zekerheid niet meer bestaat en er komt een transitiebudget voor in de plaats.

Of dit daadwerkelijk het beoogde effect zal hebben is momenteel moeilijk in te schatten omdat ook de uiteindelijke vorm hiervan nog niet geheel bekend is. Dat het voor oudere werknemers een minder gunstige regeling is lijkt welhaast zeker.

Wat wel een an sich nuttig idee is, is om maar één ontslagprocedure in te richten in plaats van het duale stelsel wat nu geldt. De werkgever kan nu kiezen welk stelsel hij kiest en de werknemer heeft daar geen invloed op hoewel de uitkomsten per gekozen weg nogal verschillen. Een nadeel (of voordeel afhankelijk van hoe je er tegenaan kijkt) van het samenvoegen is wel dat het aanvragen van ontslag voor met name kleine werkgevers duurder zal worden omdat de procedure via het UWV momenteel redelijk goedkoop is.

Er zijn momenteel nog behoorlijk wat onduidelijkheden die pas inzichtelijk zullen worden op het moment dat het wetsvoorstel er ligt. Het zal mij benieuwen hoe het uiteindelijke product er uit komt te zien.

Bron:
Hoofdlijnennotitie aanpassing ontslagrecht