Aanstaande maandag tot en met woensdag zullen er op legallife geen artikelen worden gepubliceerd in verband met werkzaamheden aan de site. De site zal behoudens onvoorziene omstandigheden gewoon in de lucht zijn. Bij een voorspoedige voortgang van de werkzaamheden zal woensdag al reeds weer gepubliceer worden.

Aan enkele functionarissen van de overheid worden extra eisen gesteld omdat zij posities zitten waarbij zij moeten werken met vertrouwelijke gegevens. Zo is het prettig als bijvoorbeeld het hoofd van AIVD niet is veroordeeld voor spionage en gerelateerde misdrijven.

Ook voor de fiscus geldt, dat zij eisen stelt aan haar personeel. Dat is logisch gezien het feit dat ambtenaren bij de fiscus gevoelige en vertrouwelijke informatie in handen hebben. Als je dan de mist in gaat als werknemer kun je ontslag op staande voet verwachten. Dit gebeurde in onderstaand geval waar een werkneemster na onderzoek van FIOD-ECD zich buiten de regelementen bleek te begeven.

Standpunt staatssecretaris:
De ontslaggrond is volgens de staatssecretaris schending van de geheimhoudingsplicht door de inhoud van een interne memo per sms aan een belastingplichtige te zenden over het onderzoek waarbij deze betrokken was. Daarnaast raadpleegde zij de systemen van de Belastingdienst om persoonlijke redenen en heeft ze fiscale werkzaamheden verricht voor derden, zonder dat aan haar werkgever te melden. Deze gedragingen waren van dusdanige aard dat ontslag op staande voet gerechtvaardigd is.

Standpunt werkneemster:
Volgens de vrouw is het strafontslag onevenredig en heeft de staatssecretaris het besluit onvoldoende gemotiveerd. Er zou slechts wat algemene voorlichting zijn gegeven over verboden gedragingen, zodat ze niet wist dat haar gedragingen tot ontslag zouden leiden. Ook zou ze geen direct voordeel hebben gehad van de doorgegeven informatie en keek ze slechts uit behulpzaamheid in de systemen van de Belastingdienst.

Van toepassing zijnde regelgeving:
Voor een ambtenaar in het algemeen en een ambtenaar van de Belastingdienst in het bijzonder geldt een hele reeks specifieke voorschriften die goede vervulling van de functie moeten waarborgen. Ik haal hier even de belangrijkste uit het vonnis. Er zijn maar liefst twee geheimhoudingsregelingen van toepassing:

Artikel 67 lid 1 AWR; het is een ieder verboden hetgeen hem uit of in verband met enige werkzaamheid bij de uitvoering van de belastingwet over de persoon of zaken van een ander blijkt of wordt meegedeeld, verder bekend te maken dan noodzakelijk is voor de uitvoering van de belastingwet of voor de invordering van enige rijksbelasting als bedoeld in de Invorderingswet 1990 (geheimhoudingsplicht).

Daarnaast hebben we nog artikel 125a lid 3 van de Ambtenarenwet (AW). De ambtenaaris verplicht tot geheimhouding van hetgeen hem in verband met zijn functie ter kennis is gekomen, voor zover die verplichting uit de aard der zaak volgt.

Daarnaast is er nog sprake van een specifieke werknemersregeling van de Belastingdienst. Dit is het Reglement Personeelsvoorschriften Belastingdienst (RPVB). In hoofdstuk 10, onderdeel 1.3.3 hiervan is bepaald dat het in ieder geval verboden is voor derden fiscale werkzaamheden te verrichten (zoals het invullen van aangiftebiljetten of het schrijven van verzoek-, bezwaar-, of beroepschriften). Het is de ambtenaar slechts toegestaan dergelijke werkzaamheden te verrichten ten behoeve van een zeer beperkt aantal relaties in de persoonlijke levenssfeer.

Oordeel rechter:
Volgens de rechter heeft de staatssecretaris zijn besluit voldoende en op basis van zorgvuldig onderzoek gemotiveerd. Voor het ontslag geldt het vereiste dat op basis van deugdelijk vastgestelde gegevens de overtuiging moet zijn verkregen dat de betreffende ambtenaar zich aan de hem verweten gedraging heeft schuldig gemaakt. Strafrechtelijk bewijs is derhalve niet vereist. Het onderzoek van FIOD-ECD is dan ook meer dan voldoende.

Daarnaast heeft de staatssecretaris voldoende aannemelijk gemaakt dat ambtenaren bij de Belastingdienst regelmatig voorlichting krijgen, waarbij expliciet wordt aangegeven dat het schenden van de geheimhoudingsplicht tot strafontslag leidt. Ook op grond van algemene informatie had het duidelijk moeten zijn dat werkneemster de haar verweten gedragingen niet mocht verrichten.

Over de per sms doorgespeelde informatie oordeelt de voorzieningenrechter dat er sprake is van ernstig plichtsverzuim. Deze gedraging is op zichzelf al grond voor onvoorwaardelijk ontslag. Van een Belastingdienstmedewerker mag te allen tijde worden verwacht zich te onthouden van het verstrekken van informatie over een onderzoek bij een belastingplichtige.

Om het geheel af te maken heeft werkneemster ook nog de belastingaangiftes voor familie, vrienden en anderen heeft verzorgd, zonder hiervan melding te doen bij haar werkgever en en heeft ze voor privédoeleinden informatie heeft geraadpleegd in de systemen van de Belastingdienst.

Weinig verrassend besluit de voorzieningenrechter met het besluit dat ontslag gerechtvaardigd was en een onevenredig zware maatregel.

Conclusie:
Een werknemer van de Belastingdienst moet aan veel regelgeving voldoen. Dat is ook niet meer dan terecht gezien het feit dat er wel wat verwacht mag worden van iemand die in een dergelijke positie zit. Een werknemer van de Belastingdienst gaat immers dagelijks om met vertrouwelijke gegevens van miljoenen belastingplichtigen.

Ook zal een dergelijke ambtenaar niet jan en alleman mogen helpen met het invullen van aangiftes. Dan ga je eigenlijk optreden als belastingadviseur en dat kan belangenverstrengeling opleveren.

Gezien het gedrag van de persoon in kwestie is ontslag op staande voet zonder meer proportioneel te noemen.

Bron:
LJN: BW9500,Voorzieningenrechter Rechtbank ‘s-Hertogenbosch

Gisteren voltrok zich een unicum in de Nederlandse geschiedenis. Voor het eerst is er een verening ontbonden door de civiele rechter. Het betreft hier de ontbinding van de pedofielenverening Martijn.

Art. 2:20 BW:
Op grond van boek 2 artikel 20 BW kan een verening worden ontbonden indien haar werkzaamheden in strijd zijn met de openbare orde. Dit artikel wordt altijd zeer terughoudend toegepast. Men dient alleen strijd met de openbare orde aan te nemen als inbreuk wordt gemaakt op de algemeen aanvaarde grondvesten van ons rechtsstelsel.

Het oordeel van de rechter:
De rechtbank kijkt uitsluitend naar of de werkzaamheden in strijd zijn met de openbare orde en niet naar individuele bestuursleden en hun strafrechtelijke verleden. Voor het vaststellen van de werkzaamheid van de Vereniging Martijn slaat de rechtbank in de eerste plaats acht op de informatie die de Vereniging Martijn op haar site zette en in de tweede plaats naar uitingen in andere media.

De rechtbank oordeelt dat de uitingen een werkzaamheid vormen van de Vereniging Martijn, en dat de vereniging pedofilie verheerlijkt en voorstelt als iets wat normaal en acceptabel is of zou moeten zijn. Dat streven is een ernstige inbreuk op de geldende fundamentele waarden binnen onze samenleving en druist in tegen onze rechtsorde. De vereniging tast de rechten van kinderen aan.

An sich heeft eenieder het recht om zijn mening te uiten, ook als dat velen onwelgevallig is. Dat doet echter niet af aan het feit dat de werkzaamheden van de vereninging als zodanig strijd opleveren met de openbare orde. De vereniging wordt derhalve ontbonden en verboden verklaard.

Conclusie:
De uitkomst lijkt me zonder meer wenselijk te noemen. Je moet het in Nederland aardig bont maken om een vereniging verboden te krijgen maar het is dus mogelijk. De uitkomst viel wel redelijk te voorspellen, niemand kan redelijkerwijs volhouden dat het verheerlijken van pedofilie niet in strijd is met de openbare orde. We hebben het niet voor niets verboden in het strafrecht. Al met al dus een goede dag voor het OM.

Bron:
LJN: BW9477, Rechtbank Assen
OM tevreden over ontbinding en verbod Vereniging Martijn

De vakantietijd komt er weer aan. Dat betekent wederom goed opletten met je mobiele telefoon in verband met data als je naar het buitenland gaat. De Europese Unie heeft al een aantal keer aangegeven minder dan gecharmeerd te zijn van het bedrag onder aan de rekening als mensen op vakantie bellen.

Sommige mensen hebben wellicht al een smsje van hun telefonieprovider gekregen dat de tarieven per datum x omlaag gaan. Dat heeft alles te maken met de voorbereidingen op de uitvoeringswet van de derde roamingverordening. Deze wet komt regelrecht voort uit Verordening PM/2012 van het Europees Parlement en de Raad betreffende roaming op openbare mobiele-communicatienetwerkenbinnen de Unie (PbEU 2012, L PM). Gisteren is de wet als hamerstuk door de Eerste Kamer gekomen.

Inhoud van de wet:
Het eerste element is van organisatorische aard namelijk dat de OPTA bevoegd blijft om de handhaving te regelen. Daarnaast wordt Verordening 717/2007 ingetrokken en moeten er dus enkele verwijzingen in de wet naar die Verordening worden veranderd.

Wat interessanter is, zijn de structurele maatregelen die nu worden getroffen. Ten opzichte van de eerste en tweede roamingverordening is de belangrijkste wijziging dat er niet slechts wholesale- en retail-tariefplafonds worden voorgeschreven.

De structurele maatregelen houden in dat vanaf 1 juli 2014 de mogelijkheid bestaat een apart roamingcontract af te sluiten bij een andere provider. Dit wordt de ontkoppelverplichting genoemd. Een roamingovereenkomst staat los van het contract voor nationale mobiele diensten. Om de toegangsdrempel voor andere ondernemingen zonder eigen netwerk (virtuele providers) te verlagen, worden mobiele netwerkexploitanten verplicht om toegang te verlenen tot hun netwerk tegen gereguleerde wholesaletarieven.

Deze maatregelen gaan natuurlijk niet van het ene op het andere moment in dus als overgangsregeling worden de voor roaming geldende prijsplafonds (wholesale en retail) voor spraak, sms en data die sinds Verordening 717/2007 van kracht zijn gehandhaafd en verder naar beneden bijgesteld. Voor wat betreft dataroaming wordt een dalend retailprijs-plafond geïntroduceerd.

Conclusie:
Goed nieuws voor de mobiele beller op vakantie. De tarieven gaan sowieso naar beneden en over een paar jaar is het met een beetje geluk mogelijk om een goedkoop “buitenlandcontract” af te sluiten als aanvulling op je reguliere abonnement. Of deze laatste maatregel het beoogde effect heeft is nog afwachten omdat het succes ervan voor een groot deel zal afhangen van de bereidheid van (startende) ondernemingen om toe te treden tot die markt.

De lagere tarieven zijn een resultaat wat wel direct voelbaar is en hoewel de EU niet altijd even populair is, zal deze maatregel toch wel in goede aarde vallen bij de meesten.

Bron:
Dossier 33382
te vinden via officielebekendmakingen.nl

Naar aanleiding van het stuk over de zeldzame doodzondes van notarissen kwam de vraag op of er bij advocaten zich soortgelijke dingen voordoen. Het korte antwoord daarop is ja, mensen zijn nu eenmaal niet machinaal en maken soms (hele) domme fouten. Dit gebeurt in elke beroepsgroep, het probleem is alleen dat als je als advocaat of notaris een fout maakt, de gevolgen voor je cliënt soms bijzonder vervelend kunnen zijn en moeilijk op te lossen.

Voor zover ik weet wordt de categorie ernstige beroepsfouten in de advocatuur zelden met de term doodzonde aangeduid. In de politiek is het overigens niet ongebruikelijk om de term doodzonde te hanteren voor de ernstige beroepsfouten van gesloten beroepsgroepen. Ook in de tuchtrechtspraak lijkt dit bij advocatuur minder te gebeuren.

Ter illustratie een zaak van een advocaat die een beroepstermijn liet verlopen en zei tegen client dat hoger beroep toch geen zin zou hebben gehad. Dit behoort als advocaat toch wel tot de ergste fouten die je kunt maken.

De feiten:
In dit geval verwijten de klagers de verweerder (advocaat) dat hij heeft verzuimd tijdig hoger beroep in te stellen van de beschikking van de rechtbank Rotterdam van 8 december 2010 hoewel klagers hem diverse malen telefonisch en per e-mail hebben gewaarschuwd de beroepstermijn in de gaten te houden.

De advocaat heeft vervolgens een persoonlijk onderhoud gehad met klagers waarin hij zijn excuses aanbood welke zijn aanvaard door de klagers. Er is toen ook toegezegd om te kijken of er nog een wijzigingsprocedure aanhangig kon worden gemaakt. Klagers hebben vervolgens per mail geïnformeerd over de gewijzigde omstandigheden. Daarmee is door de advocaat echter niets gedaan en klagers zijn in de kou blijven staan.

Het oordeel van de Raad:
Op grond van de stukken stelt de Raad vast dat de advocaat onduidelijk is geweest in zijn communiceren ten aanzien van de haalbaarheid van de zaak. Een advocaat moet zorgvuldig handelen waaronder begrepen het rekening houden met termijnen. Door niet tijdig beroep in te stellen, hoewel hij er door klagers op is gewezen, is hij tekort geschoten jegens klagers.

De Raad stelt vervolgens in keurige bewoordingen vast dat de advocaat ronduit slecht heeft gehandeld:

Het betaamt een advocaat niet een cliënt eerst kenbaar te maken dat hij hoger beroep zal instellen en dan achteraf, als hij de beroepstermijn heeft laten verlopen, aan een cliënt te berichten dat het hoger beroep geen zin zou hebben gehad.

De klacht wordt dan ook gegrond bevonden en de advocaat wordt voor een week geschorst.

Conclusie:
Dit soort misstappen is bij advocaten zeldzaam. Advocaten zijn ook professionals welke een jarenlange opleiding hebben gevolgd en waar dus ook verwachtingen aan mogen worden gesteld. Gelukkig zijn de problemen in Nederland mild maar als het mis gaat, dan gaat het ook goed mis.

De term doodzonde wordt voor zover ik heb kunnen nazien bij de advocatuur minder gebruikt dan bij het notariaat het geval is. Dat betekent echter niet dat er geen fouten van vergelijkbare ernst worden gemaakt zoals bovenstaand geval duidelijk laat zien.

Bron:
YA2826 Raad van Discipline ‘s-Gravenhage R. 3769/11.171
te vinden via officielebekendmakingen.nl