Nederland bevindt zich net als heel Europa in economisch roerige tijden. Het uiteenvallen van de regering helpt niet bij het op orde krijgen van zaken. In de tweede helft van 2011 is de Nederlandse economie in een recessie geraakt. Het CPB raamt voor 2012 een krimp van 0.75 procent. Dit leidt tot een bijstelling van de groeiverwachting voor 2012 met 1,75 procentpunt.

Voorjaarsnota 2012:
In een dergelijke economische situatie liegen de cijfers er niet om. De grootste tegenvallers zijn de werkloosheidsuitkeringen a 1,5 miljard en het eeuwige zorgenkindje van de begroting, gezondheidszorg a 0,7 miljard.

Ook aan de inkomstenkant waren forse tegenvallers te incasseren met name op het vlak van inkomstenbelasting a 3 miljard en de vennootschapsbelasting a 2,3 miljard.

Met deze ontwikkelingen komen we op een EMU saldo van 4.2% wat royaal te hoog is. Het is een verslechtering van 1,3% ten opzichte van de ramingen voor 2012. De EMU schuld is zo mogelijk nog erger met bijna 70% van het BBP. Dat is ruim 4% hoger dan de raming voor 2012 was.

Het begrotingsakkoord:
Dit geeft eens te meer aan hoe erg de recessie en economische problematiek ook Nederland raken en dat aanpakken echt nodig is om dit soort cijfers naar beneden bij te stellen. Bovendien moet je zelf de zaken op orde hebben als je andere landen op hun financiële gedrag aan wilt kunnen spreken. Anders wordt het een verhaal van de pot verwijt de ketel.

Dat ingrijpen is gedaan in de vorm van begrotingsakkoord 2013 wat inmiddels ook wel bekend staat als het kunduzakkoord. Over de (on)wenselijkheid van de maatregelen en mogelijke alternatieven staat het internet al volgeschreven. Het is in ieder geval duidelijk zichtbaar dat er compromissen zijn gesloten tussen verschillende politieke stromingen. Iedereen mag daar het zijne van denken, ik volsta met een kort overzicht van de belangrijkste maatregelen.

De grootste maatregelen zijn:

  • Modernisering van de arbeidsmarkt door middel van hervorming van het ontslagrecht en de WW
  • Het versneld verhogen van de pensioenleeftijd op een geleidelijke manier van af 2013
  • Het hervormen van de woningmarkt (annuïtair aflossen in 30 jaar voor nieuwe hypotheken, structureel lagere overdrachtsbelasting, verhuurdersbelasting)
  • Mutaties in de zorgmarkt met onder meer een hervorming van de AWBZ en een verhoging van het eigen risico.

Dat bijna geen van deze maatregelen populair gaat zijn behoeft geen ondersteunende uitleg. Voor wie wat uitgebreidere informatie van alle maatregelen wil heeft RTL een aardig overzicht in elkaar geschroefd. Hoe mensen als individu ook tegen de maatregelen staan, het is vrij zeker dat niets doen de zaken alleen maar erger zou maken. Zonder ingrijpen zou het EMU-tekort uitkomen op 4,4 procent en de schuld toenemen tot 76 procent in 2015 en daarna verder blijven stijgen. Dat zou betekenen dat we rap Griekenland achterna gaan en dat lijkt mij ook geen goed idee.

Bron:
Voorjaarsnota 2012 en Begrotingsakkoord 2013
Overzicht van de maatregelen
via RTL.nl

Het tarief voor overdrachtsbelasting bedroeg tot 15 juni 2011 6%. Dit tarief werd middels een tijdelijke maatregel van de staatssecretaris van Financiën verlaagd naar 2%. Deze maatregel had als doel om de woningmarkt uit het slop te trekken. Deze maatregel zou gelden tot 1 juli 2012. Mochten er plannen zijn om binnenkort een huisje aan te schaffen, wanhoop dan niet want het tarief gaat nu structureel naar 2%.

De woningmarkt is op zijn zachtst gezegd bepaald nog niet uit het slop. Zoals ik eerder schreef zijn de meningen behoorlijk verdeeld over of een verlaagd overdrachtsbelastingtarief een geschikt middel is. Doch zoals vaker het geval is worden er in de politiek compromissen gesloten en in het begrotingsakkoord 2013 is besloten om het tarief structureel op 2% te stellen.

Dit moet echter wel in de wet worden vastgelegd middels een wetsvoorstel. Tot die tijd geldt een besluit van de staatssecretaris om het tarief zonder onderbreking op 2% te kunnen houden. Na inwerkingtreding van de wet werkt deze wijziging terug tot en met 1 juli 2012 en het besluit geldt tot inwerkingtreding van de wet. Op deze manier is het geheel ook wetstechnisch allemaal mooi afgedicht.

Bron:
Besluit van 25 mei 2012, nr. BLKB 2012/863M

Aan de Tweede Kamer is door demissionair minister van Bijsterveldt een brief aangeboden over de veiligheid op scholen. Deze brief is gebaseerd op veiligheidsmonitoren in het primair- voortgezet- en middelbaar beroepsonderwijs en op onderzoek van de Onderwijsinspectie. De cijfers zijn zonder meer goed te noemen. Over de hele linie genomen voelt maar liefst 91% tot 94% van de leerlingen en onderwijzers zich veilig binnen school.

Social media:
Van de dingen waar het misgaat is cyberpesten een belangrijke boosdoener. Zowel onder leerlingen als onderwijzers stijgt het aantal slachtoffers van cyberpesten waarvan het merendeel via social media. De duale natuur van social media levert nieuwe problemen op. Deze media bieden enerzijds kansen voor laagdrempelig contact tussen leerlingen en docenten. Anderzijds kan het misbruik van sociale media tot cyberpesten leiden en snel uit de hand lopen.

Veiligheidsbeleid en schoolklimaat:
Op een positieve noot; veel scholen hebben tegenwoordig een veiligheidsbeleid en de werkzaamheid hiervan (alsmede de school in het algemeen) wordt via vragenlijsten geëvalueerd. Scholen scoren ook goed op het algemene klimaat wat binnen school geldt. De Inspectie beoordeelt dit bij 9 van de 10 scholen als voldoende.

Het personeel:
Een leraar is ook een werknemer die recht heeft op een veilige werkomgeving. Momenteel is bij incidenten de aangiftebereidheid op scholen laag. Te veel onderwijsinstellingen weten te weinig over het doen van aangifte. Zo zijn velen onbekend met het feit dat de werkgever aangifte kan doen namens het slachtoffer. Dit is een punt van aandacht voor het veiligheidsprotocol op scholen.

VOG:
De regelgeving rond de verklaring omtrent gedrag (VOG) wordt vereenvoudigd. Medewerkers hoeven straks alleen een VOG in te dienen bij een nieuwe dienstverband. Een VOG blijft zes maanden geldig en kan bij meerdere werkgevers ingezet worden.

Vanaf 1 januari 2012 is het mogelijk om een VOG via het internet aan te vragen. De onderwijsinstellingen hoeven dus geen papieren aanvraagformulier meer uit te delen en de aanvrager hoeft er niet meer mee naar de gemeente.

Ook bestuurders en stagiaires van door de overheid bekostigde scholen zullen straks een VOG aan moeten vragen. Regelgeving hieromtrent is nog in de maak.

Conclusie:
De cijfers omtrent de veiligheid in het onderwijs zijn goed. Het is goed om te zien dat de meerderheid van zowel de docenten als leerlingen zich veilig voelt.

De VOG zal gebruiksvriendelijker worden en effectiever worden. Dat is met name prettig voor mensen die niet op één school gestationeerd zijn zoals invalkrachten. Ook de mogelijkheid tot het digitaal aanvragen van het papiertje is nuttig, dat scheelt een hoop tripjes langs de gemeente.

Tegelijkertijd wordt ook geconstateerd dat social media een probleem kunnen vormen vanwege cyberpesten wat snel uit de hand kan lopen. Het is echter ook een manier van communiceren die nuttig kan zijn voor het onderwijs. Dat zal voor de toekomst nog wel de nodige uitdaging bieden.

Voor meer informatie over de veiligheid in scholen verwijs ik naar de brief van het ministerie van OCW.

Bron:
Kamerbrief over veiligheid in en om het onderwijs

De privacyregelgeving die momenteel in Nederland geldt, is gebaseerd op Richtlijn 95/46/EG3 welke in 2008 is aangevuld met een Kaderbesluit. Die Richtlijn is inmiddels alweer 17 jaar oud en revisie was nodig. Door technologische ontwikkelingen zijn nieuwe uitdagingen voor de bescherming van
persoonsgegevens ontstaan. Er is een explosieve groei geweest in de mate waarin persoonsgegevens worden verzameld en gedeeld. Door technologie kunnen bedrijven en overheid bij het uitvoeren van hun activiteiten meer dan ooit tevoren gebruikmaken van persoonsgegevens.

Het is voor de economie belangrijk om vertrouwen in de onlineomgeving tot stand te brengen. Daarvoor is goede privacyregelgeving onontbeerlijk. Een gebrek aan vertrouwen zal consumenten doen aarzelen om online te kopen en nieuwe vormen van dienstverlening te accepteren. Het huidige rechtskader is nog steeds valide wat zijn doelstellingen en beginselen betreft,
maar heeft niet voorkomen dat persoonsgegevens in de Unie op gefragmenteerde wijze worden beschermd. Regelgeving is nog altijd zeer divers in de verschillende nationale rechtsordes. Dit staat het vrij verkeer van gegevens in de weg.

Er zijn nu twee nieuwe wetgevingsvoorstellen gemaakt:

  • een voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en
  • een voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke sancties, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens

Het belangrijkste is eigenlijk dat de huidige regelgeving herijkt wordt. In concreto wordt dit met name vormgegeven door meer geharmoniseerde en
verduidelijkte regels en procedures inzake gegevensbescherming. Daarbij wordt ook de administratieve rompslomp verminderd.

Individuen worden beter beschermd wanneer hun persoonsgegevens in het buitenland worden verwerkt. Ook de verantwoordingsplicht van de verwerkers van
persoonsgegevens wordt versterkt.

Tenslotte zullen politie en justitie worden bestreken door een omvattend systeem voor gegevensbescherming, dat meer dan nu vastlegt wat wel en wat niet mag.

Hetgeen er nu ligt is niets meer dan een wetsvoorstel maar samen met de toeliching wel nuttig om te bekijken. De toelichting is veelomvattend dus houd het voor het lezen ervan met name bij de inleiding en conclusies.

Het zal boeiend zijn om te zien wat er gaat gebeuren met de behandeling van dit wetsvoorstel want de huidige regelgeving is velen al jaren een doorn in het oog. Daarbij is er over dit wetsvoorstel al veel te doen geweest en er zijn vele uren onderzoek en workshops en eindeloze overwegingen aan gespendeerd. Alle ingrediënten zijn aanwezig voor een stevig debat.

Bron:
Toelichting bij de nieuwe Europese verordening gegevensbescherming

Gisteren is alle informatie geweest over wat je nodig hebt om te gaan mixen. Vandaag een paar heerlijke zomerse cocktailrecepten om te gaan genieten.

Singapore Sling:
Ingrediënten:

  • 3 cl Gin
  • 1,5 cl Kersenlikeur
  • 0,75 cl Cointreau
  • 0,75 cl DOM Bénédictine
  • 12 cl Ananassap
  • 1,5 cl limoensap
  • 1 cl grenadine
  • 1 scheutje Angostura Bitters

Doe alle ingrediënten in een cocktailshaker met ijsklontjes. Goed schudden en uitschenken in een longdrinkglas. Garneren met een ananasschijfje en een cocktailkers.

Mojito
Ingrediënten:

  • 4 cl witte Cubaanse rum
  • 3 cl vers limoensap
  • 6 takjes munt
  • 2 theelepels witte suiker
  • sodawater

Muddle de munt, suiker en limoensap. Giet er een scheutje sodawater bij en vul het glas met verpulverd ijs. Giet de rum erbij en vul het glas vervolgens met sodawater. Garneer met een paar muntblaadjes en schijfje limoen. Serveer met een rietje.

Pina Colada
Ingrediënten:

  • 3 cl witte rum
  • 9 cl Ananassap
  • 3 cl kokosmelk

Vul een glas met ijs. Gooi het ijs uit het glas samen met de ingrediënten in een blender en mix totdat het ijs vergruisd is. Giet alle ingrediënten over in een kelkglas of in een hurricane glas. Garneer met een schijfje ananas en cocktailkersje. Serveer met een rietje.

Nu hebben we drie zomerse cocktails gehad. Er zijn er natuurlijk nog veel meer en voor elk jaargetijde is er wel een leuke te vinden. De site welke alle standaardrecepten bevat is die van de International Bartenders Association (IBA). De IBA site is wel in het Engels. Voor wie liever Nederlandse recepten heeft is de site van cocktailz wel aardig. Niet vreselijk hoogdravend maar met leuke en toegankelijke recepten.