Staatssecretaris Teeven van Veiligheid en Justitie wil erfgenamen die onverwacht te maken krijgen met een schuld uit een erfenis, waarvoor zij met eigen geld aansprakelijk worden, tegemoet komen. De staatssecretaris presenteert dit besluit als reactie op het rapport ‘Erven zonder zorgen’ van de Radboud Universiteit Nijmegen en Netwerk Notarissen.

Huidige regeling:
Momenteel zijn er twee opties waar het gaat om het aanvaarden van een erfenis, enerzijds is er de zuivere aanvaarding en anderzijds is er de beneficiaire aanvaarding. In het geval van zuivere aanvaarding wordt je samen met de andere erfgenamen verantwoordelijk bent voor de afwikkeling van de erfenis van de overledene. Je treedt dan ‘vermogensrechtelijk in de persoon van de overledene’. Dit wordt ook wel de saisine-regel genoemd. Bij zuivere aanvaarding kun je te maken krijgen met onverwachtse schulden uit een erfenis. Als deze schulden niet uit de erfenis betaald kunnen worden, moet je deze schulden met je eigen geld aflossen.

Een risico bij het aanvaarden van de nalatenschap is dat het heel gemakkelijk is om zuiver te aanvaarden. Zuivere aanvaarding kan uitdrukkelijk plaatsvinden (door het afleggen van een verklaring bij de griffie van de rechtbank) of door zich te gedragen als een zuiver aanvaard hebbende erfgenaam (art. 4:192 lid 1 BW). Met name dit laatste komt in de praktijk veel voor doordat erfgenamen alvast wat spullen van de overledene of wegdoen of verdelen. Zoals wel vaker nemen gedane zaken geen keer; de keuze die een erfgenaam voor zuivere aanvaarding, beneficiaire aanvaarding of verwerping maakt, is onomkeerbaar (art. 4:190 lid 4 BW).

Een erfgenaam heeft naast zuiver aanvaarden ook de keus om beneficiair te aanvaarden (ook wel aanvaarding onder het voorrecht van boedelbeschrijving genoemd). Bij beneficiaire aanvaarding is de uitwinbaarheid van de nalatenschap voor schuldeisers beperkt tot de goederen van de nalatenschap (art. 4:184 BW). Het voorkomt derhalve dat je als erfgenaam moet betalen voor schulden van de overledene.

Beneficiair aanvaarden omvat overigens wel iets meer papierwerk. Zo moet er een verklaring worden afgegeven bij de griffie van de rechtbank waarvoor kosten in rekening worden gebracht (op moment van schrijven € 114,-) en er moet een advertentie worden geplaatst om mogelijke schuldeisers van de overledene op de hoogte te stellen. Dit is echter alleszins te doen en een kleine prijs om potentieel grote problemen buiten de deur te houden. Je zult immers maar aansprakelijk worden voor de hypotheek op een huis die nog helemaal afgelost moet worden.

De erfgenaam verder beschermen:
De staatssecretaris wil nu erfgenamen nog wat beter beschermen tegen schulden uit de nalatenschap. Voorwaarde is wel dat de erfgenamen niets te verwijten valt: zij kenden de schuld niet en konden er ook niet van op de hoogte zijn.

In het rapport werd te dien aanzien de volgende onderzoeksvraag geformuleerd: Kan met een eenvoudige ingreep in het erfrecht de systematiek rondom het aanvaarden van nalatenschappen zodanig gewijzigd worden dat ‘nietsvermoedende en niet-kwaadwillende burgers’ niet zo maar met eigen vermogen in moeten staan voor schulden van de overledene?

Overigens is het nu ook al mogelijk om in een beperkt aantal gevallen via art. 4:194 BW na zuivere aanvaarding alsnog beneficiair te aanvaarden. Hiervoor is machtiging van de kantonrechter nodig.

Mogelijke opties:
De rapporteurs beantwoorden hun onderzoeksvraag bevestigend en zien drie mogelijke opties:

  1. Aanvaarding met beneficiaire gevolgen: álle erfgenamen aanvaarden de nalatenschap voortaan met de beneficiaire gevolgen uit het huidige systeem. Daarmee wordt beneficiaire aanvaarding eigenlijk het standaardmodel.
  2. Uitstel van keuze: De consequentie van het zich gedragen als erfgenaam wordt in beginsel in het systeem gehandhaafd, echter het verrichten van die handelingen heeft gedurende een wettelijke termijn niet het gevolg dat het eigen vermogen van een erfgenaam uitwinbaar wordt. Dit verschuift het probleem naar een later punt in tijd.
  3. ‘Spijtoptantenregeling’ of ‘disculpatiemogelijkheden’: Er wordt een voorziening gecreëerd die het mogelijk maakt dat een erfgenaam binnen drie maanden nadat hij bekend is geworden met een ‘onbekende en onverwachte schuld’ een verzoek kan doen aan de rechter om alsnog beneficiair te aanvaarden. In een dergelijk geval moet wel duidelijk worden gesteld wat een onbekende en onverwachte schuld precies omvat.

Al deze opties brengen met zich mee dat het eigen vermogen van de ‘nietsvermoedende en niet-kwaadwillende erfgenaam’ wordt beschermd tegen uitwinning door de schuldeisers van de
overledene. Daarnaast wordt de afwikkeling van de nalatenschap niet complexer dan zij nu al is en brengen deze regelingen geen hogere afwikkelingskosten voor de nalatenschap met zich mee.

Keuze van de staatssecretaris:
De staatssecretaris opteert voor de laatste keuzemogelijkheid. Het centrale probleem is dat in enkele gevallen een erfgenaam onverwacht, zonder dat hem hiervan een verwijt kan worden gemaakt, wordt geconfronteerd met een schuld waardoor de nalatenschap negatief wordt.

De eerste twee opties gaan verder dan voor een oplossing nodig is. De eerste optie is feitelijk zuiver aanvaarden helemaal uit de wet schrappen. Dit staat haaks op de omstandigheid dat in het merendeel van de gevallen waarin sprake is van een positieve nalatenschap erfgenamen middels zuivere aanvaarding het gemakkelijkst een erfenis af kunnen wikkelen.

De tweede optie heeft aanzienlijke nadelige gevolgen voor schuldeisers van de nalatenschap. De erfgenamen kunnen eerst zuiver aanvaarden waardoor zij vrij kunnen beschikken over alle goederen van de nalatenschap zonder de verplichting om eerst alle schulden te betalen. Als zij dan vervolgens kennis nemen van de schulden dan kunnen zij alsnog beneficiair aanvaarden. Van de nalatenschap kan dan echter al een behoorlijk deel verdwenen zijn terwijl ook het privé vermogen van de erven buiten schot blijft. Er blijft dan voor de schuldeisers van de nalatenschap niets meer over.

Er zal de komende tijd nader onderzoek verricht worden naar hoe derde route kan worden omgezet in wetgeving. De rapporteurs stellen daarbij voor om aansluiting te zoeken bij het al eerder genoemde artikel 4:194 BW wat eenzelfde doel dient.

Aanvullende opmerkingen van de staatssecretaris:
Uit de gesprekken met de rapporteurs kwamen nog twee problemen naar voren die ook door de staatssecretaris zijn behandeld in zijn brief. Ten eerste is er het probleem dat kennelijk weinig erfgenamen op de hoogte zijn van de regelgeving rondom erven. Om dat probleem te mitigeren zal op de site van de rijksoverheid de informatie over erven uitgebreid worden en gecontroleerd worden op begrijpelijkheid.

Een ander probleem is het feit dat gezien de huidige economie tal van erfgenamen blijven zitten met een onverkoopbaar huis wat ze geërfd hebben. Een huis levert veel vaste lasten op welke betaald moeten worden. Onverkoopbaarheid van een woning is echter een probleem van de gehele maatschappij en niet slechts van erfgenamen. Er zijn al maatregelen genomen om de gehele woningmarkt weer op gang te krijgen en er zullen geen aanvullende maatregelen worden genomen enkel en allen om erfgenamen te ontzien.

Bron:
Reactie op het rapport ‘Erven zonder financiële zorgen’
Rapport ‘Erven zonder financiële zorgen?!’

Gisteren de vererfbaarheid van vakantiedagen, vandaag erfrecht in Europese context. Erfrecht is ook een rechtsgebied waarbij over het algemeen niet direct wordt gedacht aan een band met Europese regelgeving of internationale aspecten überhaupt. Dat is ook niet onlogisch want het merendeel van de erfenissen vererft binnen Nederland. Er zijn echter ook erfenissen waarbij landsgrenzen overschreden worden en dat kan de zaken behoorlijk ingewikkeld maken. De Nederlandse KNB alsmede vergelijkbare instanties in andere landen zijn grote voorstanders van de Europese erfrechtverordening. Het maakt de vererving en de afwikkeling van internationale nalatenschappen gemakkelijker. Ook de erfgenamen zelf mogen blij zijn, de nieuwe verordening handelt een heel aantal bureaucratische zaken af waar voorheen veel onduidelijkheid over was. De afhandeling van internationale erfenissen moet op deze manier veel sneller en soepeler verlopen.

De verordening:
De verordening heeft als nummer 650/2012 meegekregen en is van toepassing op erfopvolgingen van personen die overlijden op of na 17 augustus 2015. Hieronder kort de belangrijkste elementen op een rij:

  • De regels voor bepaling van het toepasselijke recht op erfenis worden op Europees niveau geharmoniseerd. Voortaan zal het vooral het recht van de laatste woonplaats van de overledene zijn, dat van toepassing is.
  • Er is een mogelijkheid voor de erflater een ander toepasselijk rechtssysteem dan dat van zijn / haar gewone verblijfplaats te kiezen. Er kan bij uiterste wilsbeschikking worden gekozen voor toepasselijkheid van het rechtssysteem van de nationaliteit van de erflater.
  • Het gekozen rechtssysteem zal van toepassing zijn op de gehele erfenis.
  • Er komt een Europese verklaring van erfrecht wat de afhandeling van internationale erfenissen zal vergemakkelijken.
  • De verordening geeft voorschriften voor de erkenning en ten uitvoerlegging van gerechtelijke beslissingen en authentieke aktes op het gebied van erfrecht.

Het is hierbij wel belangrijk om het achterhoofd te houden dat deze verordening uitsluitend van toepassing is op de civielrechtelijke aspecten van erfenissen. Deze verordening regelt niets over de fiscaliteit. Tevens gaat de verordening uitsluitend over de afhandeling van de erfenis voor zover de erfgenamen bekend zijn. Er wordt niets geregeld over in hoeverre er moet worden gespeurd naar erfgenamen.

Conclusie:
Het is goed dat er eindelijk een verordening hiervoor is. De meeste burgers zullen hier nauwelijks iets van merken. De meeste erfenissen blijven immers gewoon binnen de landsgrenzen, in dat geval is altijd gewoon het nationale erfrecht van toepassing. Voor zover een erfenis wel de grenzen overgaat, is de hoofdregel gemakkelijk want het gaat om de laatste vaste verblijfplaats. Er kan natuurlijk wel gesteggel ontstaan over wat de laatste vaste verblijfplaats was maar dit soort vraagstukken is zeer casuïstisch van aard en nog altijd veel gemakkelijker te beoordelen dan de vraag welk rechtsstelsel van toepassing is onder huidige regelgeving.

Notarissen en aanverwante organisaties in andere landen zijn hier blij mee. Logisch, want hun werk wordt een stuk eenvoudiger. Het internationale orgaan Council of the Notariats of the European Union (CNEU) heeft een handige en overzichtelijke vragenlijst samengesteld op basis van de richtlijn. Deze is leuk om eventjes naar te kijken en aanzienlijk overzichtelijker dan de verordening. Overigens mag ook hier de consument in zijn handen klappen want hoe minder werk de notaris heeft, hoe lager de rekening is.

Bron:
Verordening (EU) Nr. 650/2012
Notaries of Europe satisfied with Adoption of Cross-Border Successions Regulation (CNEU)
Regulation on Cross-Border Successions: FAQ (CNEU)

Als iemand het tijdelijke verruilt voor het oneindige moet er veel geregeld worden. Dit geldt ook voor de werkgever van de overledene indien deze nog een baan had. Er moet allerlei papierwerk worden ingevuld en loon moet uitbetaald worden voor zover dat nog niet gebeurd is. Hoe zit dat eigenlijk met vakantiedagen? De kantonrechter in Assen heeft zich nu wederom uitgelaten over vererfbaarheid van vakantiedagen.

Beëindiging dienstverband en vakantie-uren:
Normaliter geldt bij beëindiging van een dienstverband voor een werknemer die bij het einde van de arbeidsovereenkomst nog aanspraak op vakantiedagen heeft, recht op een uitkering in geld tot een bedrag van het loon over een tijdvak overeenkomend met de aanspraak. Dit is in de wet vastgelegd in artikel 7:641 BW welke in de titel valt over de arbeidsovereenkomst. Wie naar de tekst van het artikel kijkt ziet dat dit recht is toegekend aan de werknemer.

Standpunt erfgenamen:
De erven van de overledene stellen zich op het standpunt dat de aanspraak op uitbetaling van verlofuren bij het einde van het dienstverband overgaat op de erfgenamen van de overleden werknemer. Dit is een an sich niet onlogisch standpunt van de erfgenamen nu het erfrecht regelt dat overgang van alle rechten en plichten plaatsvindt onder algemene titel ex 3:80 en 4:182 BW.

Standpunt werkgever:
De werkgever stelt zich op het standpunt dat de erven van werknemer geen aanspraak kunnen maken op de vakantie-uren en dat de rechten niet overdraagbaar zijn. Het recht op uitbetaling van vakantie-uren is expliciet toegekend aan de werknemer. Een vordering op grond van artikel 7:641 BW kan pas ontstaan door het beëindigen van de arbeidsovereenkomst. De ontbinding geschiedde in dit geval door de dood van de werknemer en hij heeft dus nooit aanspraak kunnen verkrijgen op grond van dat artikel. Nu de overledene zelf geen aanspraak heeft kunnen verkrijgen, valt er ook niets te vererven.

Daarnaast wijst de werkgever op de recuperatiefunctie van verlof. Met de aanspraak ex art. 7:641 BW wordt voorzien in de mogelijkheid voor de werknemer bij de nieuwe werkgever zonder inkomensverlies te kunnen recupereren. Ten slotte is het recht op verlof volgens de werkgever een persoonlijk recht is dat enkel toekomt aan de werknemer zelf en niet overdraagbaar is of inwisselbaar voor geld. Het recht op verlof kan daarmee op zichzelf niet worden aangemerkt als een aanspraak op vermogensbestanddelen.

Overwegingen en uitspraak van de rechter:
De kantonrechter stelt dat het recht op uitbetaling van niet-genoten vakantiedagen bestaat ongeacht de wijze van beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Hiervoor baseert hij zich op de parlementaire geschiedenis. Ook bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst door overlijden, ontstaat aanspraak op vergoeding van niet-genoten vakantiedagen. Daaraan doet recuperatiefunctie van vakantiedagen niet af.

De vordering wegens niet-genoten vakantiedagen valt in de nalatenschap en komt krachtens erfopvolging onder algemene titel – ex artikel 3:80 en 4:182 BW aan zijn erfgenamen. Een andere conclusie zou volgens de kantonrechter leiden tot het ongewenste gevolg dat een werkgever bevoordeeld zou worden door het overlijden van de werknemer.

Conclusie:
Het rommelt al een hele tijd rondom de vererfbaarheid van vakantiedagen. Lagere rechters nemen verschillende standpunten in die diametraal tegenover elkaar staan. In deze zaak (LJN: BX3587) werd de vordering door de rechtbank Assen toegewezen maar drie jaar geleden, in 2009, werd een dergelijk verzoek door dezelfde rechtbank afgewezen (LJN: BK3558) terwijl een Heerenveense rechter in juni 2011 (LJN: BR0011) een dergelijke vordering wel toekende.

Er bestaat onenigheid over de uitleg en doel en strekking van artikel 7:641 BW. Voor zover ik weet is in geen van deze zaken hoger beroep ingesteld hoewel dat wel nuttig zou zijn om duidelijkheid te krijgen. Gezien de onenigheid en onduidelijkheid die bestaat over de uitleg is een hoger beroep ook nog redelijk kansrijk. Voor beide standpunten is het mogelijk om juridisch solide argumenten aan te voeren.

Werkgevers willen graag dat het vererven van vakantiedagen in het geheel onmogelijk wordt gemaakt. Daar valt best wat voor te zeggen. Met name kleinere werkgevers kunnen op deze manier worden geconfronteerd met een aanzienlijke vordering van uit te betalen vakantie-uren terwijl bij een normaal dienstverband de werknemer deze uren ook niet in geld uitbetaald zou krijgen. Uitbetaling van wettelijk verplichte vakantiedagen tijdens het dienstverband is al bij wet verboden. Uitbetaling na het einde van het dienstverband is er voor bedoeld om te zorgen dat de werknemer bij de nieuwe werkgever zonder inkomensverlies kan recupereren. In het verlengde hiervan is het niet onlogisch om te stellen dat het doel van 7:641 BW niet verenigbaar is met vererfbaarheid van vakantiedagen.

Anderzijds kan gesteld worden dat erfrecht een overgang onder algemene titel inhoudt en dat derhalve ook de vakantierechten overgaan. Anders zou een werkgever financieel bevoordeeld kunnen worden door het overlijden van zijn werknemer.

Het is in ieder geval hoog tijd dat hier voor duidelijkheid wordt gezorgd. Met name voor de werkgevers is er maar één ding vervelender dan moeten betalen en dat niet zeker weten of je moet betalen.

Bron:
Juriprudentie chronologisch aflopend
LJN: BX3587,Sector kanton Rechtbank Assen
LJN: BR0011,Sector kanton Rechtbank Leeuwarden
LJN: BK3558,Sector kanton Rechtbank Assen
‘Vakantiedagen overnemen door erfgenamen wettelijk verbieden’ via VNO-NCW