In opdracht van de minister van Financiën en de Raad van Commissarissen van De Nederlandsche Bank is door mr. R.J. (Rein Jan) Hoekstra en dr. J.M.G. (Jean) Frijns kabinetsbesluit om SNS REAAL op 1 februari 2013 te nationaliseren en wat daaraan voorafging bij DNB en het ministerie geëvalueerd. Dat heeft een dik rapport opgeleverd met tal van conclusies en aanbevelingen voor nieuwe maatregelen. Het rapport is een goede 400 pagina’s dik dus niet alles zullen we in detail doorlopen maar een aantal elementen vis ik er uit.

Over de nationalisatie:
De slotconclusie van het rapport is dat nationalisatie van SNS uiteindelijk onvermijdelijk was. Oorzaken hiervoor zijn zowel intern bij SNS aan te wijzen met double leverage, woekerpolissen en het Property Finance bedrijfsonderdeel als externe factoren zoals de voorwaarden van de Europese Commissie en het gebrek aan andere financiëringsmethodes zoals publiek-private mogelijkheden.

Het rapport is wel zeer kritisch over de periode van de verlening van staatssteun tot de (her)oprichting van het projectteam Mercurius/Roos. Na de verlening van de staatssteun is nagelaten om eisen te stellen aan ten aanzien van het voortbestaan van SNS. Het ministerie vertrouwde daarbij op het oordeel van DNB. De zwakheden in de structuur van SNS werden langzaamaan wel onderkend (double leverage, woekerpolissen en Property Finance) door DNB.

Maar van ‘schoon schip maken’ kwam weinig terecht. De verantwoordelijkheid daarvoor is bij SNS Reaal
neergelegd en de acties die wel werden ondernomen zoals scherper toezicht op Property Finance en het in kaart brengen van de verwevenheid tussen verzekeraar en bank, hebben onvoldoende opgeleverd. Het rapport legt de verantwoordelijkheid voor het te late optreden bij het ministerie van Financiën dat uiteindelijk systeemverantwoordelijke is.

Het kabinet deelt deze kritiek allicht niet en dit aspect van het rapport werd in de kabinetsreactie genuanceerd. Na het verstrekken van staatssteun hebben het ministerie van Financiën en DNB aangedrongen op afbouw van de vastgoedportefeuille. De afspraken zoals vastgelegd in een levensvatbaarheidsplan werden door DNB, de Europese Commissie en het ministerie destijds afdoende geacht. Inmiddels moet worden vastgesteld dat deze inschatting te optimistisch was. Dit kwam mede door de grote problemen op de vastgoedmarkt die niet voorzien waren.

Voor het overige worden in het rapport nog enkele kleine kanttekeningen geplaatst bijvoorbeeld aan de grote hoeveelheid adviseurs voor alle betrokken partijen waar mogelijk met minder had kunnen worden volstaan. Dit zijn echter niet dingen waar bijzonder zwaar aan getild lijkt te worden door de onderzoekers.

Aanbevelingen en de toekomst:
Het rapport bevat de nodige aanbevelingen ten aanzien van in het bijzonder de Interventiewet. Uitgangspunt is om overheidsingrijpen in en staatssteun aan de financiële sector in de toekomst zoveel mogelijk te voorkomen. Onteigening moet echte de uiterste optie zijn. De overige aanbevelingen worden voor een groot gedeelte al afgevangen door aangekondigde wijzigingen op nationaal niveau en de Europese Bank Resolution and Recovery Directive.

Ten aanzien van DNB en het ministerie wordt aangeraden om vroegtijdig af te stemmen met de Europese Commissie. De governance van De Nederlandsche Bank zou moeten worden herijkt. De president moet zorg dragen voor de coördinatie
van de invulling van de verschillende rollen van De Nederlandsche Bank als adviseur van de minister en als toezichthouder. Daarbij moet de president eindverantwoordelijk zijn en extern aanspreekpunt is voor het macro‑ en het microprudentiële toezicht. Ook zou de afstemming tussen macroprudentieel en microprudentieel toezicht verstevigd moeten worden. De concrete relevantie moet nog eventjes worden aangekeken zeker nu ondertussen de bankenunie een feit aan het worden is. Naar verwachting zal de Europese Centrale Bank (ECB) het prudentiële toezicht in Nederland op de grootbanken al op 4 november 2014 overnemen. Dit gaat gepaard met aanpassingen in de verantwoordelijkheidsverdeling rond de uitvoering van het bankentoezicht tussen DNB en de ECB.

De aanbevelingen over de herijking van de governance zullen worden meegewogen in een analyse over de inrichting van de governance bij de introductie van de Europese bankenunie. De eerste resultaten daarvan zullen in de loop van dit jaar verschijnen. Een gedeelte van de gesignaleerde problemen is met de introductie van dit stelsel in ieder geval verholpen.

Bron:
Het rapport van de Evaluatiecommissie Nationalisatie SNS Reaal
Kamerbrief kabinetsreactie op evaluatie nationalisatie SNS REAAL
Brief reactie DNB op evaluatie nationalisatie SNS REAAL
Evaluatie Interventiewet

Het ouderwetse roze vod dat rijbewijs werd genoemd moest er al aan geloven en nu gaat eindelijk ook het kentekenbewijs gemoderniseerd worden tot een hip en vele malen handiger pasje. Deze fysieke wijziging gaat echter ook gepaard met een modernisering van de Wegenverkeerswet 1994 waarin de juridische status van het kentekenbewijs wordt gewijzigd. De voornaamste wijzigingen bevatten gaan over de wijze van tenaamstelling en de invoering van een eendelig kentekenbewijs.

Aanvragen van de kentekencard:
De directe aanleiding voor het wijzigen van de wet is het opheffen van Postkantoren B.V. wat nu nog de enige instantie is waar je een kentekenbewijs aan kunt vragen. In de plaats komt een open systeem van erkenning van instanties die geïnteresseerd zijn om tenaamstellingsdiensten te verrichten. Er gelden gelukkig wel vrij zware eisen om als erkenningsinstantie te mogen fungeren. Een instantie moet in ten minste 80% van de gemeenten met meer dan 10.000 inwoners een vestiging waar de tenaamstelling en schorsing van voertuigen kan worden verleend. Indien de aanvrager in een gemeente geen vestiging heeft, heeft hij een vestiging in een naastliggende gemeente. Tenzij je dus in een gehucht woont zul je vrijwel altijd in de eigen gemeente of woonkern terecht kunnen voor het aanvragen van een kentekenbewijs. Het zou immers een beetje vervelend zijn als je honderd kilometer moet reizen enkel om een auto tenaam te stellen. De kentekenbewijzen zullen op een centrale plaats worden aangemaakt waarna de RDW ze opstuurt, hier zal gewoonlijk één werkdag overheen gaan. Ook komt in het kader van digitale overheid de mogelijkheid om zelf een voertuig in te schrijven via internet wat het proces helemaal makkelijk maakt.

Het tweedelige papieren kentekenbewijs zoals we dat nu kennen verdwijnen en vervangen worden door een eendelig kentekenbewijs op creditcard formaat. Het kentekenbewijs wordt daardoor net als het rijbewijs een stuk hanteerbaarder. De card bevat overigens ook een chip waarop aanvullende informatie over het voertuig kan worden geplaatst, je kunt op de creditcard allicht minder informatie afdrukken dan op het halve boekwerk wat we nu bij ons moeten dragen. Ook zullen lege kentekenbewijzen niet langer aanwezig hoeven te zijn bij tenaamstellingsinstanties waardoor de kans op fraude afneemt. Niets is immers handiger voor de professionele autodief dan een stapel lege papieren kentekenbewijzen waar je met een inktjetprintertje alles op kan afdrukken wat je wilt. Sowieso is het de bedoeling dat de nieuwe card met chip een stuk fraudebestendiger is dan simpelweg papier.

Wijziging juridische status:
De registratie van voertuigen in het kentekenregister en de afgifte van een kentekenbewijs worden twee onderscheiden rechtsmomenten met zelfstandige gevolgen voor de aanvrager. De juridische relevantie van het kentekenbewijs neemt hierbij af. Nu is het nog zo dat de juridische toestemming om met een voertuig op de weg te rijden wordt gegeven met afgifte van het kentekenbewijs. Voortaan wordt bepalend of het voertuig in het kentekenregister is ingeschreven. Het kentekenbewijs is nog slechts een bewijs dat een voertuig is ingeschreven in het register. De administratieve beëindiging van de bevoegdheid om met een voertuig, bijvoorbeeld ingeval van sloop of export, gebruik te maken van de weg, vindt plaats door verval van de tenaamstelling in het register.

Andere wijzigingen:
Het wetsvoorstel bevat nog tal van andere wijzigingen die ook interessant genoeg zijn om eventjes te noemen. Ten eerste gaat de maximale schorsingstermijn voor kentekenbewijzen gedelegeerd worden naar lagere regelgeving met het oog op verlenging van die termijn. De maximale wettelijke termijn van één jaar voor schorsing van een voertuig wordt als een overbodige administratieve last beschouwd. Ten tweede wordt de toonplicht van het kentekenbewijs afgeschaft. Dit zal niet eerder gaan gebeuren dan 2015. Tenslotte wordt naast de eigenaar ook de bestuurder aansprakelijk als het voertuig op de weg niet gekeurd is. Als de APK niet op tijd is gedaan ben je dus ook als bestuurder gewoon het haasje en kun je niet langer naar de eigenaar van het voertuig wijzen.

Bron:
Regeling van de Minister van Infrastructuur en Milieu, van 21 november 2013, nr. IENM/BSK-2013/267990 houdende vaststelling van regels met betrekking tot de tenaamstelling (Regeling erkenning tenaamstelling)
Memorie van Toelichting

Op woensdag 18 december hebben de ministers van Financiën van de Europese lidstaten een akkoord bereikt over de bankenunie. Het voorstel leidt tot oprichting van een nieuwe Europese toezichthouder, het Single Supervisory Mechanism, en een nieuwe noodfonds, het Single Resolution Mechanism. De nieuwe toezichthouder zal opereren onder de naam Single Resolution Board en krijgt een centrale rol bij de afwikkeling van banken die in zwaar weer verkeren in de bankenunie. De regels die gaan gelden binnen de bankenunie zijn op 11 december al beklonken tussen de Raad en het Parlement. Deze regels zijn al behandeld in nieuwsbrief 26 dus voor een uitgebreid overzicht verwijs ik daar naar terug. Het uitgangspunt van de regelgeving is dat verliezen of kosten van het voor het versterken van kapitaalbuffers zoveel mogelijk worden afgewenteld op investeerders in de bank.

Het Single Resolution Mechanism moet de vorm krijgen van een Europees resolutiefonds dat privaat wordt gefinancieerd door de banken. Over een periode van 10 jaar wordt het fonds volgestort door alle banken die deelnemen in de bankenunie. Het totaalbedrag zal uiteindelijk 55 miljard bedragen. Dit is de achtervang voor kosten die niet door middel van het bail-in systeem gefinancieerd kunnen worden. Het fonds kan op zijn vroegst van af januari 2016 ingezet worden na een minimale bail-in van 8% van het balanstotaal.

Naar huidige verwachtingen is de bail-in eis van 8% afdoende om eventuele problemen van individuele banken op te lossen. Als het goed is zal het fonds dus niet vaak gebruikt worden. Desondanks gaat komende jaren toch nog doorgewerkt worden aan een publieke achtervang voor het fonds. Volgens dit systeem moet mogelijk worden om in absolute noodsituaties geld te lenen aan het resolutiefonds wat vervolgens terugbetaald moet worden door alle banken die deelnemen aan de bankenunie.

Bron:
December summit – Council Conclusions via europa.eu (PDF)
Main results of the Economic and Financial Affairs Council via europa.eu (PDF)
Council agrees general approach on Single Resolution Mechanism via europa.eu (PDF)

De Najaarsnota 2013 is gearriveerd. Zoals goed gebruik is bij Legallife zullen we eens een blik werpen op de tussentijdse stand van zaken van de financiën van het land. De Miljoenennota is nog niet heel oud en het is goed om te zien dat de resultaten in de Najaarsnota ongeveer de lijn der verwachting van de Miljoenennota volgen. Allicht zijn er enkele kleine afwijkingen maar er zijn geen grote opvallende posten die reden zijn tot zorg.

Inkomstenzijde:
Ten opzichte van de Miljoenennota 2014 is de raming van de totale belasting en premieontvangsten 2013 per saldo ongewijzigd. Het strookt met de raming van groei uit de Miljoenennota en wordt bevestigd door de meest recente cijfers van het CBS. Hoewel de totale raming gelijk is, zijn er wel enkele onderliggende verschuivingen in de posten. Er zijn meevallers bij de loon- en inkomensheffing (0,3 miljard euro), de belastingen van rechtsverkeer (0,2 miljard euro), de belastingen op milieugrondslag (0,2 miljard euro) en de schenk- en erfbelasting (0,2 miljard euro). De meevaller bij de loon- en inkomensheffing komt voor het merendeel door lagere teruggaven in 2013 op de aangifte inkomstenbelasting 2012. De meevaller bij milieubelastingen komt met name door de energiebelasting.

Tegenvallers zijn er bij de omzetbelasting (-0,4 miljard euro), de accijnzen (-0,2 miljard euro) en de invoerrechten (-0,1 miljard euro). De tegenvaller bij de accijnzen is voornamelijk brandstofaccijns.

In de Najaarsnota wordt de vierde Icesave-uitkering verwerkt van 77 miljoen euro. De aflossingen belopen daarmee in totaal 811 miljoen euro. Ook is er een behoorlijke dividenduitkering van ABN Amro welke 94 miljoen meevalt ten opzichte van de raming. Tevens zijn de Staat en ING overeengekomen om de Alt A-portefeuille van riskante leningen voortijdig te verkopen.

Uitgavenzijde:
Ook aan de uitgavenkant sluit het totaalkader na verwerking van alle mutaties. De Nederlandse afdrachten van douaneontvangsten aan de EU leveren dit jaar een meevaller van 0,2 miljard euro op. Diverse departementen geven ook minder uit dan begroot.

Opvallend hierbij is dat zorg een onderschrijding van 0,2 miljard euro kent terwijl het gewoonlijk een post is die altijd overschrijdingen kent. Ook is er een lagere overschrijding in het Sociale Zaken kader hoofdzakelijk veroorzaakt door het vrijvallen van de reservering ten behoeve van de kindregelingen. De meevaller bedraagt 0,2 miljard euro waardoor de totale geraamde overschrijding op 0,8 miljard euro komt. Een andere forse extra uitgave is 650 miljoen euro naar het onderwijs in het kader van begrotingsafspraken met D66, CU en SGP.

EMU schuld en EMU-tekort:
Conform verwachtingen zijn de EMU-cijfers nog steeds niet geweldig maar er is een klein lichtpuntje. De meest recente cijfers zijn als volgt:

Ramingen begrotingsjaar 2013 EMU-saldo, % bbp EMU-schuld, % bbp
Startnota -2,6 70,3
Voorjaarsnota 2013 -3,3 73,6
Miljoenennota 2014 -3,2 75,0
Najaarsnota 2013 -3,2 74,8

Het mag duidelijk zijn dat het begrotingstekort nog steeds te groot is en de overheidsschuld echt veel te groot. Met name de stijging van de overheidsschuld dit jaar is echt schrikbarend. We zien echter in de overgang naar de Najaarsnota dat het begrotingstekort stabiel is gebleven en dat er een kleine daling van de (verwachte) overheidsschuld is. Voor de definitieve cijfers moeten we nog wachten op het Jaarverslag 2013 wat pas in mei 2014 komt. Ik hoop echter wel dat deze lijn zich doorzet en dat het ergste van de economische crisis nu achter de rug is.

Tot besluit:
De cijfers van de Najaarsnota 2013 sluiten nauw aan bij de verwachtingen zoals die in de Miljoenennota 2014 werden gegeven. Dat is gunstig in de zin dat er geen onverwachte verrassingen zijn geweest. In de onderliggende posten zijn wel enkele mutaties geweest maar dat is niet buiten het gebruikelijke. Wat wellicht wel een punt van aandacht is, is de tegenvallende opbrengst van benzine-accijnzen. De accijnzen zullen in 2014 wederom omhoog gaan wat een extra aanmoediging zal zijn om over de grens te gaan tanken.

In België ligt de benzineprijs gemiddeld 0,20 euro lager, dit hangt samen met de lagere accijns, waardoor ook het belastingaandeel lager wordt. Ook in Duitsland ligt dit lager en ook daar is de accijns beduidend lager. Natuurlijk is het lang niet voor iedereen interessant om over de grens te gaan tanken en wellicht levert de accijnsverhoging voldoende op om het “grens-effect” te compenseren.

Er wordt in dat kader altijd graag op gewezen dat je beter in Nederland kunt tanken omdat het geld dan aan Nederland als geheel ten goede komt waardoor je er als burger ook weer lol van hebt. Voor degenen die in grensstreek wonen is de keus tussen de Nederlandse economie als geheel en de eigen portemonnee snel gemaakt. In de eigen portemonnee voel je het verschil direct, zeker met prijsverschil van rond de 20 eurocent.

Het is dus voor de economische trendwatchers leuk om eens te kijken of deze Najaarsnota een voorbode is van permanent tegenvallende benzineaccijnzen.

De EMU-schuld en -tekort zijn nog steeds te hoog waarbij met name de staatsschuld een bron van zorgen is. Wat dat betreft valt er wel degelijk iets te zeggen voor strak bezuinigen en aflossen. Aan de andere kant blijft ook altijd de roep om investeringen, juist in economisch slechte tijden. Voor dergelijke problemen heeft niemand een eenduidig antwoord maar we weten in ieder geval zeker dat een staatsschuld vrijwel onbeperkt op laten lopen zeker weten voor problemen zorgt.

Bron:
Persbericht Najaarsnota 2013 via rijksoverheid.nl
Najaarsnota 2013 via rijksoverheid.nl
Verticale toelichting Najaarsnota 2013 via rijksoverheid.nl

Short stay is een fenomeen dat in opkomst is. De gangbare definitie is het structureel aanbieden van zelfstandige woonruimte voor tijdelijke bewoning aan één huishouden voor een aansluitende periode van tenminste één week en maximaal zes maanden. Het dekt daarmee een reikwijdte van ongeveer de huur voor een paar weekjes vakantie tot het huren van enkele maanden bijvoorbeeld voor expats. Kwalificeert dit echter als het aanbieden woonruimte onder een bestemmingsplan? De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt van niet.

De feiten:
Appelant heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het verbouwen van een woning in zeven wooneenheden, waarvan zes voor short stay verhuur. Op de woningen rust een woonbestemming. De gemeente heeft de vergunning geweigerd en ook in beroep kreeg appellant bij de rechtbank nul op het rekest.

Oordeel en overwegingen van de Afdeling:
Het begrip “Woningen” is in de planvoorschriften niet gedefinieerd. Bij de interpretatie van dit begrip dient daarom aansluiting te worden gezocht bij het normale spraakgebruik alsmede dat het bestemd zijn als woning een zekere duurzaamheid vereist. Volgens de gemeente wordt in dit geval onder short stay verstaan het structureel aanbieden van zelfstandige woonruimte voor tijdelijke bewoning aan één huishouden voor een aaneensluitende periode van tenminste één week en maximaal zes maanden. Appellant heeft niet betoogd dat dit in zijn geval anders is. Aangezien al bij een tijdsvak van één week sprake is van short stay, kan het gebruik als short stay niet als voldoende duurzaam worden aangemerkt om een woonkarakter aanwezig te achten. Ook volgt uit de definitie van short stay dat het in alle gevallen om tijdelijke bewoning zal gaan.

Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.

Conclusie:
Met deze uitspraak staat nu vast dat short stay een andere bestemming is dan wonen. Dat betekent ook dat gemeentes die short stay mogelijk willen maken, hun bestemmingsplannen zullen moeten aanpassen.

Het doorslaggevende element is wederom het gebrek aan duurzaamheid. Dit speelde ook al een rol in de zaak waarin de Afdeling besloot dat short stay woningonttrekking is in de zin van de Huisvestingswet. De Afdeling overwoog in die zaak(5 september 2012 nr. 201105885/1/A3 ECLI:NL:RVS:2012:BX6487) ook dat aan een verblijf korter dan zes maanden niet zonder meer een woonkarakter kan worden ontzegd. Het blijft onduidelijk wanneer een verblijf korter dan zes maanden wel een woonkarakter kan hebben. De Afdeling bleek immers niet ontvankelijk voor het argument dat expats hun hoofdverblijf in de short stay woningen hebben en vaak ook zijn ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie. Wanneer een dergelijke vorm van hoofdverblijf geen woonkarakter heeft, blijft er weinig over. Een mogelijke situatie die wellicht wel als ‘wonen’ kan worden gekwalificeerd, zijn families die bij een verhuizing tussen een verkoop en een oplevering van een nieuwe woning enkele maanden een verblijf nodig hebben.

In de in dit artikel behandelde uitspraak werd een oplossing voor dit vraagstuk omzeild door te stellen dat reeds bij een verblijf van één week sprake is van short stay en dat de vereiste duurzaamheid dan ontbreekt. Appellant heeft zich gevoegd naar de definitie van short stay zoals die door de gemeente werd aangevoerd en heeft geen verdere argumenten aangevoerd waarom in casu in voorkomende gevallen sprake zou kunnen zijn van een woonkarakter. Er zal dus een keer in een rechtszaak iemand argumenten moeten aanvoeren wanneer een short stay wel een woonkarakter heeft.

Hetgeen we nu zeker weten is dat short stay een onttrekking van woonruimte is in de zin van de huisvestingswet en het is evenmin wonen in de zin van een bestemmingsplan.

Bron:
ECLI:NL:RVS:2013:1633 Raad van State